Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 30 juni 1684 verscheen voor notaris Wilhelmucs meneer Frederick Hoevenaer, wonend in deze stad. Hij gaf toen Abraham Hagedoorn de macht om zijn rechtszaken te behartigen, zowel als aanklager en als verdediger. Dit gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van getuigen Abraham de Vlieger en Ryme Reael.
De tekst bevat verder een lijst met verschillende rechtshandelingen, waaronder:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320189 / 473 Op 17 juni 1671 verscheen voor notaris Jan de Vos in Amsterdam de ongehuwde Maria Vliegers. Ze was gezond van lichaam en geest en wilde haar testament opstellen. Ze herriep alle eerdere testamenten, specifiek die van 5 mei 1666.
Ze liet het volgende na:
De rest van haar bezittingen moest verdeeld worden tussen haar broer Juriaen en zussen Margrietje en Barbertje, elk een derde deel. Als zij voor haar zouden overlijden, zouden hun kinderen hun deel erven. Als haar vader Juriaen Vlieger nog zou leven bij haar overlijden, zou hij zijn wettelijk deel krijgen met een maximum van 200 gulden.
Catharina Vorster en haar man werden aangewezen om de begrafenis te regelen. Het testament werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Michiel Brouwer en Albert Graeff, beide naaldenmakers uit Amsterdam.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511013 / 29 Op 26 november 1652 om 3 uur 's middags maakte Grietge Jans, weduwe van Gerrit Joosten, wonende bij de Wagestraat aan de schans in Amsterdam, haar testament. Ze was ziek maar helder van geest. Ze wilde de volgende erfenissen nalaten aan haar kinderen:
De drie ongetrouwde dochters moesten hun erfenis delen zolang ze ongetrouwd bleven. Als een van hen zou trouwen, kreeg die evenveel als Joosge Gerrits al had gekregen. Daarnaast werd een inventaris opgemaakt van de bezittingen van Stintge Jans, weduwe van Jan Opkes, in bijzijn van de voogden Abram Jansz en Govert Simons voor haar 5 minderjarige kinderen. De inventaris bevatte onder meer:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510557 / 237 Dit is een lijst van goederen en hun waarde, waarbij voor veel items een persoon een 1/6e of 1/4e deel bezit. Het bevat:
Daarnaast volgt er een uitgebreide lijst van vrouwenkleding, waaronder:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 596232 / 108 Dit is een lijst met namen van personen die een testament hebben opgemaakt. De belangrijkste personen en hun functies zijn:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511013 / 137 De koning van Mataram hield zijn volk bang met plannen voor een militaire expeditie, die nooit werden uitgevoerd. Hij besteedde de meeste tijd aan vliegeren, wat zijn hovelingen ook gingen doen. Iedereen was bezig met het maken van mooie vliegerlijnen. De koning overwoog zelfs om grote bomen bij het hof te kappen zodat de vliegers beter konden vliegen. De plaatselijke bestuurders lieten weten dat de koning graag weer een officieel bezoek van de Nederlanders wilde ontvangen. Hij wilde hiermee indruk maken op buurvolkeren. De Nederlanders gingen hier niet op in omdat hij hun laatste gezantschap slecht had behandeld en er niet op had gereageerd. Hij had bepaald dat ze voortaan alleen met de kustbestuurders mochten handelen. Enkele maanden eerder had de koning bevolen dat de Nederlandse vertegenwoordiger weer in de oude handelspost mocht wonen, maar zonder wapens aan land te brengen zonder speciale toestemming. Via de gouverneur van Grisse liet hij weten dat de Nederlanders daar een handelspost mochten opzetten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1241 / 0274 Dit is een lijst van spullen die Aeltgen Lubberts meebracht bij haar huwelijk met kapitein Bartholomeus Matthijsz:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937244 / 471 Een notaris genaamd Jacob Pondt heeft op 16 februari 1663 een verklaring opgenomen van Lijsbeth Adriaens, een 47-jarige vroedvrouw uit Amsterdam. Ze was de vrouw van Jan Jansz Slebus, een waagdrager. Ze verklaarde dat op 12 februari tussen 8 en 9 uur Annetge Jans, de moeder van Mariken Floris Pell, bij haar kwam omdat haar dochter aan het bevallen was. De vroedvrouw ging mee naar de bevalling. Voordat ze hulp wilde verlenen, vroeg ze wie de vader was. Mariken verklaarde vier keer dat Jacobus Rasbacker, die in de Nes op de hoek van de Lange Brugsteeg tegenover de Grimburgwal sluis woonde, de vader was. Ze zei dat:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937159 / 99 Op 2 maart 1746 heeft notaris Jan Barels uit Amsterdam een wissel (een soort betaalopdracht) aangeboden aan de kooplieden Jacob en Frans van de Velde. De wissel was:
Jacob en Frans van de Velde weigerden de wissel te accepteren. Ze zouden hun redenen aan de opsteller schrijven. De notaris heeft hierop direct bezwaar aangetekend (geprotesteerd) namens Angenietje Hillebrand. Hij eiste daarbij vergoeding van alle kosten en schade. Dit gebeurde in aanwezigheid van getuigen Jan ten Linde Junior en Jacob Roemer.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510444 / 561 Anna van de Velde vraagt aan de directeuren van de kolonie Berbice om 10 aandelen die op naam staan van haar vader Jacob van de Velde op haar naam te zetten. Ze is de enige erfgenaam van:
Dit verzoek is gedateerd in Amsterdam op 30 september 1752.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.05 / 411 / 0297 Op 15 november 1780 verschenen twee heren voor notaris Cornelis van Homrigh in Amsterdam:
Zij waren gemachtigd door:
Deze personen waren kinderen van wijlen kolonel Arent Hartjens. Isaac Westerveen Hartjens en Arent Hartjens waren samen met Salomon en Frans van de Velde aangesteld als voogden voor twee minderjarige kinderen: Arend en Debora Hartjens. Deze twee minderjarigen waren de kinderen van hun overleden broer Jacob Hartjens.
De voogdij was vastgelegd in een akte van 3 februari 1779 bij notaris Pieter Galenus van Hole. Door het kinderloos overlijden van Abraham, Jacoba Margareta en Maria Elisabeth Hartjens waren de genoemde familieleden de enige erfgenamen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 735 / 0137 In Salomon van de Velde en Frans van de Velde uit Amsterdam traden op als vertegenwoordigers volgens een officiële machtiging van 24 september 1779. Ze vertegenwoordigden:
Deze waren allen kinderen van de overleden Arend Hartjens. Isaac en Arend waren samen met de Van de Veldes voogd over twee minderjarige kinderen van de overleden Jacob Hartjens (zoon van Arend Hartjens).
In de erfenis van Arend Hartjens zat een hypotheek van 29 augustus 1767. Carel Kleijnhens uit Suriname had deze hypotheek afgesloten op zijn plantage Bergard (nu Elisabeths Hoop). De hypotheek dekte alle leningen die Arend Hartjens al had verstrekt of nog zou verstrekken.
Arend Hartjens heeft delen van deze hypotheek overgedragen aan verschillende personen voor een totaal van 67.500 gulden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 735 / 0127 Op 12 september 1731 besloten de schepenen van de stad Amsterdam het volgende:
Frans van de Velde en Abraham Keeman, wonende in Amsterdam, vroegen om een aanpassing van een besluit van 3 november 1730. In dat besluit waren ze samen met wijlen Salomon van de Velde gemachtigd om:
Omdat Salomon van de Velde was overleden, vroegen ze Arend Hardjens aan te stellen als zijn vervanger. Op 5 oktober 1781 gaven de schepenen hier toestemming voor. Het document werd op 16 oktober 1784 in Amsterdam officieel vastgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 738 / 0494 Het gaat om 2 notariële documenten:
Lubbert van Diephout, apotheker in Amsterdam, draagt een schuld van 71 gulden en 12 stuivers over aan Joannes d'Amour. Dit bedrag moest betaald worden door Anselmus van de Velde, herbergier, voor geleverde medicijnen. Bij de overdracht waren Adriaen de Geus en Henric Aertsz aanwezig als getuigen. De notaris was Francois Meerhout.
Jacobmijntgen Jacobs uit Vlissingen, weduwe van Hendrick Fransz en nicht van de in Oost-Indië overleden Frans Jacobssen, geeft volmacht aan haar zwager Stoffel Oliviersz. Hij mag namens haar geld en bezittingen ophalen bij de Oost-Indische Compagnie die Frans Jacobssen heeft nagelaten. Johannes Damon en Cornelis Appelman waren getuigen bij notaris Francois Meerhout.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1431465 / 45 Op 16 april 1677 ging notaris Adriaen Lock naar Justus Baeck, die namens zijn dochter Debora Baeck optrad. Debora was de weduwe en erfgename van Joannes Wuijtiers, die heer van Assenborch was geweest.
Gaspar en David van Bloijs van Guiderdeuren hadden twee leningen uitstaan bij wijlen Joannes Wuijtiers. Elke lening was 3.000 gulden waard. De eerste lening moest terugbetaald worden op 29 december 1676, de tweede op 26 februari 1677.
Makelaar Van de Velde had meerdere keren om terugbetaling gevraagd, maar Justus Baeck bleef uitstellen. De schuldeisers wilden nu direct hun 6.000 gulden plus rente ontvangen. Als dat niet zou gebeuren, zouden ze naar de rechter stappen.
Baeck zei dat hij zou betalen met rente, en dat één lening was verlengd. Hij zou dit bewijzen met de rekening van de makelaar. Op de vraag of zijn dochter bij hem woonde, antwoordde hij dat ze getrouwd was en in Rotterdam woonde.
Dit gebeurde in Amsterdam in aanwezigheid van Dirck Touw en Jacobus Locq als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965462 / 682 Op 14 juli 1648 om ongeveer 6 uur heeft Gietge Mennes, weduwe van Harmen Evertsz (kleermaker), haar testament opgesteld in Amsterdam. Ze woonde aan de Nieuwendijk Achterburghwal in het pand Stad Schutterop. Ze was gezond van lichaam en geest toen ze voor notaris Jan de Vos verscheen.
Ze heeft de volgende zaken bepaald:
Het testament is opgesteld in aanwezigheid van getuigen Arent Bouton en Johannes van de Velde (apotheker).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510870 / 181 In de tekst worden bestuurders en functionarissen in Batavia genoemd:
De weeskamer had eind 1685 een kapitaal van 97900 rijksdaalders, waarvan:
Dat jaar was er 3353 rijksdaalders meer uitgegeven dan binnengekomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1426 / 2176 Op 23 september 1688 ging notaris Dirck van der Groe samen met koopman Jacob Annes Henriques naar koopman Johan van de Velde in Amsterdam. Ze vroegen hem om twee wisselbrieven te accepteren.
Van de Velde weigerde de wissels te accepteren omdat hij geen bericht had ontvangen. De notaris heeft hierover officieel protest aangetekend. Hij eiste alle kosten, schade en rente terug. Dit gebeurde in aanwezigheid van getuigen Gerrit van der Groe en Laurens van der Groe.
De twee wisselbrieven kwamen uit Stockholm en waren voor 500 rijksdaalders elk. Ze waren geschreven door Diderick Witvogel en Philippus Pelt, gericht aan Jean van de Velde in Amsterdam. De wissels waren overgedragen via Herman en Johan van Bostel en Manuel Teixeva.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606847 / 230 Dit lijkt een lijst van akten van notarissen uit de 17e of 18e eeuw. De lijst bevat verschillende soorten documenten zoals:
De documenten zijn op alfabetische volgorde gerangschikt op voornaam. Bij veel vrouwen wordt vermeld dat ze weduwe zijn, zoals:
Belangrijke personen worden aangeduid met titels zoals "de heer" of "d'Hr." Een voorbeeld is Gerrit Hooft die wordt genoemd als "oud Schepen" (voormalig stadsbestuurder).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2320305 / 667 Op 10 december 1667 maakte notaris Adriaen Lock een inventaris op van de bezittingen van Maria van de Velde, de overleden vrouw van Everard de Vos. De goederen bevonden zich in het huis van kleermaker Jan Pijl in Amsterdam, waar zij had gewoond en was overleden. Cornelis Noorman was de uitvoerder van haar testament.
De inventaris bevatte:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 921525 / 104 Op 14 januari 1694 's middags om 3 uur verschenen bij notaris Jacob de Winter in Amsterdam het echtpaar Jan Pama, koopman, en Maria van de Velde, die op de Oude Waal woonden. Ze waren beiden gezond van lichaam en geest. Ze maakten hun testament op, waarbij alle eerdere testamenten ongeldig werden verklaard.
Het echtpaar bepaalde dat als één van hen zou overlijden zonder dat er kinderen waren, de langstlevende alle bezittingen zou erven. De langstlevende mocht hier dan vrij over beschikken. Als Maria van de Velde als langste zou leven, moest zij aan Pieter Pama en Jannetje van Lockhorst (de ouders van Jan Pama) hun wettelijk erfdeel geven, als zij dan nog in leven waren.
Het testament werd getekend in aanwezigheid van de getuigen Jacobus Croocker en Joannes Braams.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 607658 / 11 Op 17043 kwamen verschillende erfgenamen van Jan van den Velde (voormalig kerkmeester van de Zuiderkerk in Amsterdam) samen bij notaris Jan Barels. De erfgenamen waren:
De executeurs Jacob Dulb en Barent Cramer hadden de boedel geïnventariseerd en verdeeld. De erfgenamen gingen akkoord met de verdeling en gaven drie advocaten (Sebastiaan Thierrij de Bie, Gerart van der Ven en Abraham van Jonm) de opdracht om deze verdeling officieel te laten vastleggen bij het Hof van Holland.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510561 / 380 Op 29 januari verschenen Anna Maria van de Velde en Catharina van de Velde, beide ongetrouwde dochters, bij notaris Dirck van der Groe. Ze waren meerderjarig geworden door brieven van de overheid van 21 december 1713.
Anna Maria van de Velde verkocht aan Jan Sama:
Catharina van de Velde verkocht aan Jan Pana:
Deze waardepapieren hadden de zussen geërfd van hun moeder Petronella Block, weduwe van hun vader Jacobus van de Velde, volgens een scheiding op 18 april 1716. Ze verklaarden dat Jan Pana alles volledig had betaald. Als getuigen waren aanwezig Dirk Thabaalje en Philippus Pot.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606933 / 6 Dit is een lijst met een groot aantal namen en adressen in Amsterdam uit 1861. Het bevat:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3676922 / 264 Eind december 1882 had de stadsdienst 83 paarden en 1 veulen. Via Walker werden 11 nieuwe paarden gekocht voor gemiddeld 500 gulden per stuk. 4 paarden stierven aan ziektes en 3 werden verkocht voor totaal 251,10 gulden omdat ze niet meer geschikt waren.
De paarden stonden in verschillende stallen:
Het voer werd op 10 oktober aanbesteed aan:
Per paard werd dagelijks gebruikt: 7 kg hooi, 7 kg haver en 2 kg stro. De dierenarts C. Hoogland verzorgde de zieke paarden. Gemiddeld waren 4 paarden per dag ziek. In de Leidsche stal heerste een langdurige maar niet ernstige paardenziekte. Het hoefbeslag werd door eigen hoefsmeden gedaan voor 25 paarden. Dit kostte 83 gulden per paard.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2982670 / 229 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/