Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 2 februari 1744 verschenen voor notaris Simon Knappert in Schiedam de volgende personen:
Ze vertegenwoordigden ook:
Deze kinderen waren de enige nog levende erfgenamen van Lucas Nolet. Ze gaven volmacht aan Neel Jan Nolet Jacobsz, brandewijnstoker in Schiedam, om namens hen hun huis in de Pannekoekstraat in Schiedam te verkopen. Dit huis lag tussen de panden van Aarnout Bitter en Geertruy van den Heere.
De gemachtigde mocht:
Als getuigen waren aanwezig: Cornelis en Laurens Knappert.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1531603 / 27 Op 8 augustus 1677 verschenen voor notaris Adrie van der Meer in Schiedam de echtgenoten Pieter Govertsz van den Broeck en Lijsbet Gijsberts Morel. Ze wilden hun erfenis regelen.
Ze besloten dat:
Dit testament werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Leendert Mathijsz van Bruggen en Mathijs van Bruggen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1529394 / 347 Op 15 december 1705 kwam Martijntje Hendricks van 10 bolle, weduwe van Hilbert Jacobz Morel, bij notaris Gerard van den Eelaard in Schiedam om haar testament op te maken. Zij was bij volle verstand en handelde uit eigen wil.
Ze bepaalde dat:
Ze herriep alle eerdere testamenten, waaronder specifiek het testament van 18 juli 1693 dat was opgesteld bij notaris Francois de Koninck in Rotterdam.
In haar nieuwe testament bepaalde ze:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1510195 / 290 De overheid behandelde op 30 december 1871 een aantal zaken over ambtenaren uit Oost- en West-Indië:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5698 / 0402 Hijman Hartog Gos Schalk, een arts uit Amsterdam die woonde aan de Herengracht tegenover het Park, gaf op 1 maart 1872 volmacht aan zijn zoon Isaac Gosschalk, een architect uit Amsterdam. Deze volmacht gaf Isaac toestemming om:
Het document werd op 7 maart 1872 geregistreerd in Rhenen, waarbij Vypken als ontvanger 1 gulden en 10,5 cent aan rechten inde.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2315 / 0151 Op 1 augustus 1884, om 10 uur 's ochtends, heeft notaris Pieter Paul Plegt uit Middelburg een boedelbeschrijving opgesteld. Dit gebeurde in aanwezigheid van Alida Hartog, die werd bijgestaan door Gustaaf Smalen, een makelaar uit Antwerpen.
Alida Hartog was erfgenaam van haar tante, ook Alida Hartog genoemd, die de weduwe was van Nathan Wolf Praag. De tante had in Middelburg gewoond en was daar op 12 juni 1884 kinderloos overleden. Dit was vastgelegd in haar testament van 17 oktober 1866, opgesteld door notaris Alexander François Sifre.
De erfgenaam gaf toestemming om:
Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1157 / 0148 Het gaat over een huis aan de Haardingh poort in de stad, nummer 444. Het huis lag tussen de huizen van Lubbertus Westerman aan de oostkant en de weduwe van Gerrit Kool aan de westkant. Het liep van de straat tot aan de scheren van sloon.
4 onpartijdige deskundigen (timmerlieden en metselaars) hebben het huis getaxeerd op 850 gulden. Het huis zou later worden toebedeeld aan Machier van Marwijk.
Bij de inventaris werd het volgende gevonden:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 356 Na het overlijden van Jacobus Morel hebben zijn kinderen en de voogden van zijn jongste zoon samen met zijn weduwe een inventaris laten maken van alle bezittingen die ze gemeenschappelijk hadden. Deze lijst werd op 30 april van dat jaar afgerond. De inventaris begint met een huis en erf aan een straat.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 355 Op 11 maart 1777 verschenen Jacobus Morel en Machtelt van Marwyk voor notaris Cornelis Knappert in Schiedam. Ze wilden een testament maken en verklaarden hun oude testamenten ongeldig. Jacobus Morel benoemde tot zijn erfgenamen:
Alle erfgenamen zouden een gelijk deel krijgen van zijn bezittingen, zowel roerende als onroerende goederen. Als een van de kinderen zou overlijden, zouden hun wettige nakomelingen hun deel erven.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 94 Deze financiële afrekening gaat over de verdeling van een erfenis tussen verschillende familieleden:
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 369 Een opsomming van eigendommen die Jacobus Morel en zijn weduwe Machtelt van Marwijk samen bezaten. Deze lijst werd opgesteld na het overlijden van Jacobus Morel in Amsterdam op 2 april 1777. Machtelt van Marwijk, die in Amsterdam woonde, was ook deels erfgenaam van Jacobus.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 131 Bij de erfenis gaat het om de volgende familieleden:
De bedragen worden uitgedrukt in guldens van 20 stuivers per stuk, plus stuivers en penningen naar verhouding.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1548354 / 354 Op 20 september 1667 hebben de volgende bemanningsleden een verklaring afgelegd voor notaris Adriaen Lock:
Ze vertelden dat ze op 11 mei met het schip de Rommelpot vanuit de Nederlanden naar Lange Sont in Noorwegen waren gevaren om hout te laden voor Nantes. Eind juni vertrokken ze uit Lange Sont.
Het schip was goed uitgerust met:
Tijdens de reis werden ze aangevallen door een Schotse kaper. Ze verdedigden zich waarbij 7 bemanningsleden gewond raakten. De volgende dag werden ze door een andere Schotse kaper aangevallen en overmeesterd. De kapers namen diverse spullen mee en zetten een deel van de bemanning over op hun eigen schip.
Ze voeren naar Hitland waar ze 3 à 4 dagen bleven. Op weg naar Schotland werden ze onderschept door Nederlandse oorlogsschepen die het schip terugnamen. Engel Claesz Clopper verklaarde dat de oorlogsschepen later een deel van de houtlading uit het schip haalden.
De verklaring werd afgelegd in Amsterdam in aanwezigheid van Josep Bathurst en Dirck van Groe.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965448 / 176 De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 26 november 1969 twee verordeningen vastgesteld over het beheer van gemeentelijke archieven:
De eerste verordening bepaalt dat:
De tweede verordening bepaalt dat:
De oude instructie uit 10 februari 1921 wordt ingetrokken. De verordeningen zijn ondertekend door loco-secretaris A.J. Ruys en burgemeester Samkalden en verschenen op 2 januari 1970.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2987947 / 263 Op 11 september 1856 werd gemeld dat de overdracht van het oude koloniale archief aan het Rijksarchief bijna was afgerond. Er werd gevraagd om een goede kaart van de Nederlandse bezittingen, vooral van Nederlands-Indië. Men stuurde kaarten van Nederlands-Indië (gemaakt door Baron van Derfelden van Hinderstein) en van Suriname (gemaakt door I.C. Heneman en verbeterd door Jonkheer E.A. van Sypesteyn).
Op 13 september 1856 werd het officiële overdrachtsdocument van de oude koloniale archieven gestuurd naar de Rijksarchivaris in Amsterdam.
Op 20 juni 1856 werden er regels vastgesteld voor het oude koloniale archief en kwam er een algemeen reglement voor het Rijksarchief met instructies voor de Rijksarchivaris.
In oktober werd een voorstel gedaan voor instructies voor de tijdelijke medewerker Jonkheer Mr. J.K.J. de Jonge, die verantwoordelijk zou worden voor het beheer en bewerken van het oude koloniale archief.
Op 26 juni werd bij Koninklijk Besluit vastgelegd hoe mensen toegang konden krijgen tot de collecties van het Rijksarchief.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5667A / 0503 Johannes Reynouts, de commandeur in Bantam, schrijft op 16 december 1765 aan het bestuur van Nederlands-Indië dat de koning hem het volgende vertelde:
De koning wist niet waarom dit gebeurde, maar vertelde dat Schoester en Radeeng altijd goede vrienden waren geweest. Schoester had Radeeng uitgenodigd en hem zonder veel discussie doodgeschoten. De koning vraagt om Schoester te straffen.
De brief is ondertekend door P. de Brugn en W. Zeegel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9483 / 0373 Op 30 januari 1694 werden er vanuit Ceijlon 7 verzegelde kisten en een klein doosje met sleutels naar de Hoge Raad van Nederlands-Indië gestuurd op het schip de Voetboog. De Jati-bomen die er geplant waren groeiden goed.
Over olifantstanden in het gebied van Mature werd het volgende gerapporteerd:
In Jaffanapatnam werden tanden van olifanten die in de stallen stierven naar de pakhuizen van de Compagnie gebracht. Tanden van olifanten die in het bos stierven, mochten de jagers houden of aan de Wannias geven. Die schonken soms een tand aan de commandant, maar dit waren meestal kleine exemplaren van 70 tot 80 pond.
De dominee Gerrardus Hakoma zag af van terugkeer naar het vaderland nadat zijn salaris was verhoogd tot 120 gulden per maand omdat hij al ruim 7 jaar in Indië had gediend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1558 / 0900 De tekst gaat over een juridische situatie waarbij Jan Verhaeg en zijn vader Niclaes Verhaeg betrokken zijn bij een handelstransactie in Amsterdam. Ze maken afspraken over een bedrag van 2845 gulden en 4 stuivers.
Later in het document wordt een tweede zaak beschreven waarin Arnoldus Sweers, een koopman, en Guiljam de la Rue en zijn compagnons betrokken zijn. Ze sloten een overeenkomst voor:
De afspraak was dat Sweers zou betalen:
De levering werd gedaan bij herberg de Beurs van Antwerpen, maar Sweers kwam zijn betalingsverplichtingen niet na. Dit document, opgesteld op 26 februari 1652 door notaris Niclaas Kruijs, is een formele aanmaning tot betaling.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936831 / 45 Op 7 februari 1770 verschenen voor notaris Hermanus van Heel in Amsterdam de volgende personen:
Ze verklaarden geld ontvangen te hebben van Alida Deknatel (weduwe van Hilbrand van Venhuijsen). Volgens een testament van 4 april 1736 kregen ze de volgende bedragen:
Het deel van de minderjarige Grietje Sijbrand Klok werd niet uitbetaald. De ontvangers verklaarden dat hiermee alle erfeniskwesties waren afgehandeld. De overeenkomst werd getekend in aanwezigheid van getuigen Nicolaas Huijsenbeek en Jan Koolhoff.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 604636 / 218 Op 26 oktober 1847 verschenen voor een notaris in Middelburg twee personen:
Ze sloten een overeenkomst waarbij Van Woerkom zou dienen als plaatsvervanger in de Nationale Militie voor Jacob Marinisse Goense. De voorwaarden waren:
Bekijk transcriptie NL-MdbZA / 13.2 / 1263 / 0494 Op 24 mei 1901 verschenen voor notaris Adam Hendrik Joseph Kussel in Geleen:
Ze verklaarden te willen trouwen onder de volgende voorwaarden:
De akte werd ondertekend in aanwezigheid van getuigen Jan Beaumout (onderwijzer) en Hubert Lemmans (herbergier) uit Geleen. Het document werd geregistreerd in Sittard op 5 juni 1901. De kosten waren 8 gulden en 60 cent.
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9171 / 0173 Op 8 mei 1901 verscheen voor notaris Adam Hendrik Joseph Kussel in Geleen de notarisklerk Pieter Joseph Meys uit Geleen. Hij handelde namens Marie Antoinette Maurissen, weduwe van Armand Firmin Coupez uit Sint-Gillis. Dit was vastgelegd in een volmacht van 14 maart 1901 voor notaris Lagasse in Brussel, geregistreerd in Sittard op 22 april 1901.
Er werden twee verkopen gedaan:
De kopers mochten het land in gebruik nemen vanaf 1 oktober 1901. Ze moesten dan ook betalen bij de notaris in Geleen. Bij niet-betaling mocht de verkoopster het land openbaar verkopen.
De akte werd opgemaakt in Maastricht met als getuigen Joannes Poosten (koffiehuishouder) en Jacques Schiffeleers (koffiehuisbediende), beiden uit Maastricht. De akte werd geregistreerd in Sittard op 20 mei 1901.
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9171 / 0163 Op 13 maart 1907 kwamen de volgende mensen overeen bij notaris in Geleen:
Deze landbouwers uit Krawinkel in de gemeente Geleen spraken af dat ze:
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9171 / 0161 Op 24 september 1737 werd Klaas Kruyer benoemd tot uitvoerder van een erfenis in Hulsen. Hij kreeg de opdracht om de nalatenschap te beheren.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510956 / 291 De handelaar Cornelis Visch stuurde het overgebleven zilver naar Kasimbazar. De oude muntmeester Maneth Mouraath, die altijd een goede vriend van de Compagnie is geweest, vroeg zijn positie terug. Hij zou volgens zijn brief de Compagnie weer steunen zoals hij eerder deed. De nabab Hackidetchan kreeg een mooi geschenk voor zichzelf en zijn meester. Daarna heeft hij de Compagnie niet meer lastiggevallen. Men weigerde hem 2000 tola Japans zilver omdat hij eerst het zilver wilde hebben en daarna pas de prijs wilde bepalen. Als hij met de vertegenwoordigers van de Compagnie had willen onderhandelen en direct had willen betalen wat de Compagnie ervoor kreeg in de munt, was er geen probleem geweest.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1256 / 1366 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/