Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 5 februari 1665 schreef ambassadeur Jacob Boreel een brief uit Moskou over onenigheid met Zweedse ambassadeurs over drinkgewoontes. Hij beloofde binnenkort om een nieuwe audiëntie te vragen.

Op 23 maart 1665 werd een bericht gestuurd over het versterken van compagnieën met 39 soldaten, een sergeant en een tamboer. Dit werd ondertekend door Aeret van Blaumont namens de Staten van Holland en West-Friesland.

Er was correspondentie met de koning van Polen, Johannes Casimirus, die de vriendschap met de Verenigde Provinciën wilde versterken. Hij stuurde een vertegenwoordiger die vertrouwd was met de gewoontes van het land.

Jacob Bonser, raadslid van Gouda, werd voorgedragen om vanaf mei de plaats in te nemen van Gerridt Cincq in het Admiraliteitscollege van Amsterdam.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11133 / 0234  


Jeremias Lukijn en zijn vrouw Anna Maria van der Heijden verschenen voor notaris David Doornick in Amsterdam. Anna Maria was, samen met haar broer, erfgenaam van haar overleden vader Pieter van der Heijden de Oude (zilversmit in Hanau, Duitsland) en haar moeder Maria de Waijer. Ze gaven een volmacht aan Anna Maria's broer Pieter van der Heijden om:

Ook hadden ze recht op een erfenis van Anna Torekens, de weduwe van Pieter de Waijer, hun grootmoeder van moederskant.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965059 / 557  


Op 3 januari 1651 kwamen verschillende bestuurders bijeen, waaronder D'Erveth, Bronckhorst, Wemmel en anderen. De notulen van de vorige dag werden doorgenomen en goedgekeurd.

Op 4 januari 1651 werd een verzoekschrift behandeld van Chenrick van Hillensberch, oud-burgemeester van Mastricht. Hij had eerder een rechtszaak gewonnen tegen Pieter de Bert, Hendrik van den Broeck en Lodewijk Loijens, die toen bestuurders waren van Mastricht. Ondanks een uitspraak in zijn voordeel kon hij zijn geld niet krijgen. Hij vroeg toestemming om beslag te leggen op de persoonlijke bezittingen van de veroordeelde bestuurders. Dit verzoek werd doorgestuurd naar Andree voor advies.

Er kwam ook een brief binnen van 28 december over het verlagen van de rente op leningen van admiraliteitscolleges van 6,25% naar 5%. Johan Compostel, algemeen ontvanger van het admiraliteitscollege in het noorderkwartier, had in zijn rekeningen van 1649 nog steeds het oude rentepercentage en makelaarskosten opgenomen, twaalf maanden na het nieuwe besluit.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 108 / 0010  


De bestuurders van de stad Hulst meldden dat bepaalde financiële regelingen zouden aflopen op 17 januari 1734. Ze vroegen aan de Staten-Generaal om deze te verlengen. Op 12 maart 1731 kwam hierop een antwoord. Adriaan Jakob van Vlissingen, die op 4 mei 1714 was aangesteld als penningmeester van Hulst, had 860 Vlaamse ponden voorgeschoten. Hij vroeg hier zekerheid voor terug. De Staten-Generaal besloten:

De resolutie werd ondertekend door Graaf van Regteren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 10057 / 0012  


Op 3 maart 1735 hebben afgevaardigden uit de provincie Friesland een besluit voorgelezen tijdens een vergadering. De Staten van Friesland stemden hiermee in met het betalen van zowel gewone als buitengewone oorlogsbelasting voor het jaar 1735. Een kopie van deze goedkeuring werd naar de Raad van State gestuurd ter kennisgeving.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 1000 / 0013  


Van Welderen, de eerste heer in deze vergadering, moest namens de vergadering aan de stadhouder vragen of hij kon instemmen met het voordragen van bepaalde mensen voor functies die eerder bij de opgeheven West-Indische Compagnie hadden gewerkt.

Deze sollicitanten moesten geschikt zijn voor de functies van:

Als de stadhouder hier bezwaar tegen had, moest voorgesteld worden om deze banen aan te bieden aan voormalige medewerkers van de West-Indische Compagnie, in volgorde van anciënniteit. Dat betekende dat:

Van Welderen moest vervolgens het antwoord van de stadhouder terugrapporteren aan de vergadering op 4 januari 1792.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.02 / 5 / 0014  


De volgende betalingen werden gedaan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 10476 / 0017  


Op 13 februari 1786 om 20:00 uur kwamen voor notaris Jan Smits uit Utrecht in Veenendaal twee mensen:

Dit echtpaar woonde in Veenendaal, dat onder het bestuur van de stad Rhenen viel. Ze waren bij hun volle verstand en wilden een testament maken. Ze trokken daarbij al hun eerdere testamenten en wilsbeschikkingen in.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2211 / 0015  


Johannes van Santen en Gerrigje van Santen zijn overeengekomen dat zij afziet van alle aanspraken tegen hem nadat zij in september 1783 een zoon had gekregen. Als compensatie betaalde hij haar 26 gulden en 5 stuivers, die zij heeft ontvangen. Ook werd hiermee het eerdere verzoek van 31 januari 1786 bij de rechtbank van Rhenen ingetrokken. Dit verzoek betrof het tegenhouden van Johannes van Santen's huwelijksafkondiging door de predikanten in Rhenen en Veenendaal.

De overeenkomst werd getekend in Veenendaal in aanwezigheid van getuigen Adrianus van Delwijnen, Isaacus Smits en Jacobus van Dijk.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2211 / 0014  


Op 9 februari 1786 verschenen bij notaris Jan Smits van Utrecht in Veenendaal de volgende personen:

Ze kwamen samen om problemen en rechtszaken te voorkomen omdat Jacobus van Dijk met Gerrigje van Santen seksueel contact had gehad.

Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 34-1 / 2211 / 0013  


Op 7 januari 1711 verscheen voor notaris Dirk van der Groe in Amsterdam de koopman Gerard Teschouw. Hij verklaarde dat hij een schuldbewijs had overgedragen aan Frans van de Velde. Dit schuldbewijs was:

Teschouw verklaarde dat hij het schuldbewijs had overhandigd aan Van de Velde en dat hij de volledige betaling had ontvangen. Van de Velde kreeg hiermee alle rechten op het schuldbewijs en de nog te ontvangen rente. Deze overdracht werd vastgelegd in aanwezigheid van getuigen Deeger Buijs en Dirk Pele.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 606917 / 37  


Op 20 mei 1712 hebben verschillende mensen een verklaring afgelegd bij notaris Gerard van Esterwege in Amsterdam. Het gaat om de volgende personen:

Ze legden deze verklaring af op verzoek van hoofdofficier Ferdinand van Collen, heer van Guntersteijn en Tienhoven. De eerste drie verklaarden dat op 16 mei rond 4 of 5 uur 's middags vier dronken mannen naar de woning van Lijsbet Rijnders kwamen. Ze vroegen om drank, maar Lijsbet weigerde dit omdat ze al dronken waren. Catrijn Lempjes ging toen in de toonbank zitten.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 701702 / 707  


Op 27 juli 1785 hebben drie mensen een verklaring afgelegd voor notaris Staac Penning Junior in Schiedam. Dit waren Dirk Engering, Johannes Ulrich en Jacobus Lewis. De eerste en laatste woonden in Schiedam, de tweede in Rotterdam. Ze legden deze verklaring af voor Nicolaas Verkade, die getrouwd was met Jacoba Hafnaar. Ze verklaarden dat ze Willem Ulrich, de voormalige organist van de stad, goed hebben gekend tot aan zijn overlijden in april 1785. Op 13 april 1785 bezochten ze hem tijdens zijn ziekte. Bij dit bezoek vertelde Willem Ulrich aan de eerste getuige, in aanwezigheid van Rartha Jonas, dat hij meer dan 3000 gulden had nagelaten aan de vrouw van Verkade, namelijk Jacoba Hafnaar. De tweede getuige was die ochtend aanwezig toen Pierre Lassis een document voorlas waarin 3600 gulden werd nagelaten aan Jacoba Hafnaar. Dit document werd goedgekeurd door Willem Ulrich en ondertekend door Pieter den Graaf en Pierre Lassis. Willem Ulrich heeft dit daarna nog vaak verteld. De derde getuige hoorde in de middag van 13 april 1785 van Willem Ulrich dat hij 3600 gulden had nagelaten aan Jacoba Hafnaar, en dat hij geen rust had gehad totdat dit geregeld was.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1584118 / 242  


Er worden verschillende bezittingen en schulden opgesomd uit een boedel:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1550317 / 198  


Op 21 juli 1784 verscheen Isaac Penning Junior, notaris van het Hof van Holland, in Schiedam. Nicolaas Verkade, jeneverbrander uit deze stad, gaf aan dat hij voor zijn jeneverhandel een overeenkomst wilde aangaan met Leendert Sool en Cornelis Ruighart, ook jeneverbranders. Hij wilde hen volmacht geven om:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1805321 / 323  


Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1665681 / 764  


De erflater bepaalde dat de volgende bedragen moesten worden verdeeld:

Als een of meer van deze kinderen zijn overleden maar wel wettige erfgenamen hebben nagelaten, dan gaat het geld naar die erfgenamen. Als er geen erfgenamen zijn, vervalt het erfdeel.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2305739 / 82  


Op 16 augustus 1788 legden twee getuigen een verklaring af voor notaris Jozua Willem Roekwater in Schiedam. Dit waren Philippus van Hoven, meesterkuiper, en Jan Cromvinger, marktschipper op de route Schiedam-Delft en terug. Ze verklaarden op verzoek van Nicolaas Verkade, een jeneverproducent uit Schiedam, het volgende:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1666042 / 514  


In 1613 werd er aan Nicolaas Verkade uit Rotterdam een bedrag van 2200 gulden betaald. In 1614 werd aan Leendert Kool, die getrouwd was met Maria Verkade uit Schiedam, een bedrag van 6600 gulden betaald. Ook werd er een betaling gedaan aan Krijntje Verkade, die weduwe was.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2305463 / 795  


Op 10 november 1732 deserteerde de trompetter Albertus Haakmeester uit 's-Gravenhage. Op 18 november kwam er een brief van luitenant Vermher uit het kamp te Rheelij waarin stond dat alles goed was en er niets belangrijks was gebeurd. Op 19 november vertrok opperhoofd De Munt naar Fettuwa met 10 mannen die van de Engelsen waren teruggekomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2288 / 1240  


Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft op 26 april 2001 een bestemmingsplan voor het Oosterdokseiland voorgelegd. Dit gebied wordt begrensd door:

Het plan lag ter inzage van 14 december 2000 tot en met 10 januari 2001. Hierop zijn zienswijzen ingediend door:

Het document is ondertekend door secretaris E. Gerritsen en burgemeester M.J. Cohen en verscheen op 2 mei 2001.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2987759 / 307  


Op 24 augustus 1846 tekenden meerdere mensen een verklaring om Zacharius Anne Eekhout, procureur te Haarlem, te machtigen. Hij kreeg toestemming om namens hen aanwezig te zijn bij het opstellen van officiële documenten voor een nieuwe verzekeringsmaatschappij. Deze zou de 'Haarlemsche Brandverzekering Maatschappij' gaan heten.

De statuten waren al vastgesteld en naar de koning gestuurd voor goedkeuring. Eekhout mocht ook:

Dit document werd in Haarlem ondertekend in september 1846. Onder de ondertekenaars waren J.W. Gekkint, J.W.G. Eekhout, Thomas Hillorst-Nieuwland, Christiaan Julius Philip en Lodewyk Portman uit Alkmaar.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 87 / 0227  


Op 23 juli 1845 werd in Haarlem een contract voor plaatsvervanging bij de nationale militie opgesteld door notaris AEgidius Walaardt Sacré. Het ging tussen:

Slemmer had deze kenmerken:

De provincie Noord-Holland had de plaatsvervanging goedgekeurd. De dienstplichtige had 25 gulden betaald aan de belastingontvanger in Haarlem. Voor deze plaatsvervanging zou Slemmer 130 gulden ontvangen na de volledige diensttijd.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 1972 / 84 / 0546  


Op 25 mei 1898 is in aanwezigheid van notaris Johannes Reeeringh van Loenen te Dwingelo en twee getuigen (Mejer Rezeveld en Johannes Louis Aukes) een testament opgesteld. Leintje Kresze, weduwe van Derle Brugman, wonend te Frederiksoord, heeft haar testament laten opmaken. Ze benoemde haar neef Johannes Haakmeester uit Frederiksoord als enige erfgenaam. De notaris heeft het testament voorgelezen aan Leintje Kresze, die ermee instemde. Door zwakte kon ze niet zelf tekenen. De getuigen en de notaris hebben het document ondertekend. Het testament is geregistreerd in Meppel op 13 juni 1898. De kosten waren 3 gulden en 60 cent.

Bekijk transcriptie NL-AsnDA / 0114.28 / 12 / 0225  


Op 5 maart 1733 werd uit Bengalen bericht dat volgens het opperhoofd De munt de vloot rond 23 maart richting Houghly zou vertrekken, maar dit was nog onzeker. Er waren 10 mensen van de Engelsen overgekomen, waarvan de namen en geboorteplaatsen later zouden worden doorgegeven.

De volgende mensen waren overleden:

Geen van hen had een testament gemaakt. De sergeant had wel wat bezittingen nagelaten die bewaard en verzegeld waren. Op 10 maart was trompettist Albertus Haakmeester uit 's-Gravenhage weggelopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 2288 / 0386  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/