Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De eigenares geeft toe dat ze van haar slaven eist dat al het werk op tijd en correct gedaan wordt. Als slaven fouten maken, zoals slavin Metta uit Batavia had gedaan, voelt ze zich als goede huisvrouw verplicht om een huiselijke straf te geven. Dit dient zowel om de slaaf te verbeteren als om andere slaven af te schrikken. Het bewijs dat de officier van justitie heeft laten zien, bestaat uit een inspectierapport. Bij de inspectie van slavin Metta werd ontdekt dat haar lichaam vol striemen en blauwe plekken zat.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0695 De zaak gaat over het volgende: een slavin genaamd Aletta van Batavia had bij de onafhankelijke officier van justitie een klacht ingediend. Ze vertelde dat haar eigenares haar mishandeld had. Bij onderzoek van de slavin bleek dat ze over haar hele lichaam, van hoofd tot voeten, mishandeld was. De rechter noemde dit barbaarse mishandeling. De beschuldigde vrouw ontkende niet dat ze de slavin geslagen had. Ze benadrukte dat ze als eigenares van de slavin daartoe het recht had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0682 Een meisje genaamd Aletta uit Batavia woonde bij haar moeder die weduwe was. De moeder van Van Elve had een brei- en naaischool. Aletta bleef daar 6 weken. In maart of april van dit jaar kocht de man van de schoolhoudster een slavenmeisje van G. Schierhout.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0668 Op 1 oktober 1790 kwam er in de gevangenis een slavin genaamd Aletta van Batavia. Ze was eigendom van Johannes Oostendorp, een schilder. Ze kwam klagen over de wrede behandeling door haar meesteres Anna Sophia van Elve, de vrouw van Oostendorp. De openbare aanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden oordeelde dat deze zaak verder onderzocht moest worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0635 Ambrosius van der Keer, secretaris van Batavia, heeft met getuigen Jacob Cornelisz Bosschieter, Pieter Janszen en Michiel het volgende vastgelegd op verzoek van Simon van Alphen, baljuw van Batavia: Ongeveer 7 à 8 dagen geleden had Juriaen Eernst, een vrije burger wonend buiten de Nieuwe Poort, rond 3 uur 's nachts in dronken toestand zijn wettige vrouw uitgescholden voor hoer. De vrouw vluchtte daarop het huis uit tot de volgende ochtend. Toen ze thuiskwam en haar man wakker werd, vroeg hij waarom ze was weggelopen. Ze beloofde dat nooit meer te doen. Juriaen reageerde dat ze dat vaker had beloofd maar zich er niet aan hield. Hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0483
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9349 / 1248 Deze tekst gaat over een slaafgemaakte die volgens de weduwe van kapitein Michiel zou zijn weggelopen. Dit blijkt onjuist te zijn. Het gaat eigenlijk om een vrij geboren persoon uit Pampanga die tijdens een oorlog in Manila door heer Truijtman gevangen was genomen. Deze persoon heeft vervolgens 20 jaar als slaaf voor kapitein Michiel moeten werken. Toen de gouverneur-generaal hiervan hoorde, gaf hij opdracht om zulke onrechtmatige eigenaren gevangen te nemen. Dit document is ondertekend door Pieter van Leeuwen en later gecontroleerd door Cornelis Snouck. Het document is vergeleken met het origineel dat in bezit was van burger Cristiaen Hans Wolff.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9349 / 1247 Anthonij Saeij, een onderkoopman van de Oost-Indische Compagnie, spande een rechtszaak aan tegen zijn wettige echtgenote Sara Snars. De zaak werd behandeld door de Raad van Justitie in het kasteel van Batavia. Saeij eiste een echtscheiding omdat Sara overspel had gepleegd terwijl hij voor de Compagnie op missie was bij Goa. Sara stemde in met de scheiding op voorwaarde dat:
De Raad deed uitspraak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden en verklaarde Saeij vrij van de huwelijksband. Sara kreeg de helft van hun gezamenlijke bezittingen.
In een andere zaak van 21 oktober 1642 ging het om een testament van Eldert Luytgens van der Bles, een constabel op het schip Heemskerck. Hendrik Bruijningh trad op als advocaat voor de eisende partij, terwijl Adriaen Spoors de gedaagde vertegenwoordigde. De zaak werd op 28 juli 1643 behandeld. De Raad bepaalde dat het testament moest worden voorzien van een correcte datum.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9225 / 0129 Nadat de partijen met elkaar in debat gingen en de documenten van beide zijden nauwkeurig waren bekeken, besloot de Raad dat de beschuldigde een eed moest afleggen over de zaak. De beschuldigde verklaarde daarna onder ede dat hij nooit seksueel contact had gehad met de genoemde Dominge en haar zeker niet zwanger had gemaakt. Hij riep daarbij God Almachtig aan als getuige van zijn waarheid.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9226 / 0213 Er is een rechtszaak bij de Raad van Justitie in het kasteel van Batavia tussen Pieter Groessaert, een chirurg in dienst van de Oost-Indische Compagnie, en Nicolaes Suyder, een burger van Batavia. Groessaert heeft via zijn advocaat Paulus Visscher een aanklacht ingediend. Suyder was voogd en peetvader van Groessaert's vrouw Dominge Mogel en zou haar fatsoenlijk moeten opvoeden. In plaats daarvan had hij tegen haar wil seks met haar, waardoor ze zwanger werd en een kind kreeg. Groessaert eist 336 realen (een geldbedrag) als schadevergoeding voor onnodige kosten.
Suyder verdedigt zich via zijn advocaat Adriaen Spoors. Hij ontkent alle beschuldigingen en wil worden vrijgesproken. Hij zegt dat de getuigenverklaringen tegen hem onbetrouwbaar zijn omdat ze van individuele personen komen die niet geloofwaardig zijn. Hij is bereid onder ede te verklaren dat hij onschuldig is.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9226 / 0211 Deze rechtelijke verklaring werd ondertekend in Batavia op 10 september 1641 in aanwezigheid van de getuigen Jan Jacobss en Adriaen Codde. De verklaring werd ook ondertekend door de secretaris D'Vlamingh van Oudtshoorn in zijn rol als notaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 1227 Op een dag voor 10 uur 's ochtends waren Abraham Roockhusen, Cristoffel Havener (burgers van Batavia) en Susanna Jans (vrouw van Jan Thijs, die voor de VOC werkte) aanwezig bij een incident. Ze legden hierover een verklaring af voor Arnold de Vlamingh van Oudtshoorn, secretaris van de rechtbank van Batavia, op verzoek van Gerrit Demmer, de officier van justitie van Indië.
Het volgende gebeurde:
De getuigen verklaarden dat dit de waarheid was en waren bereid dit nogmaals te bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 1225 De rechters bekeken de aanklacht tegen Jan Clasen van Batavia, een soldaat gelegerd bij de schans in Soutelande. Hij had problemen veroorzaakt met een zwarte vrouw. De soldaat gaf toe dat hij door dronkenschap fout had gehandeld, maar zei dat de vrouw hem eerst slecht had behandeld. De rechters besloten dat hij gestraft zou worden door lijfstraf voor zijn wachtpost en moest de kosten betalen. De uitspraak werd ondertekend door secretaris Vincent van Moock.
Op zaterdag 3 mei 1659 werd een zaak behandeld tegen Pieter van der Merct. Ook was Herman Klencke hierbij betrokken. Er werd een kopie van de stukken opgevraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9289 / 0267 Ongeveer 3 weken geleden kocht Jeuriaen Ernst een vaatje Franse wijn van een oppasser van het slavenhuis bij de nieuwe poort, genaamd Pels. Het kostte 10 Realen van Achten (munten) en bevatte ongeveer 13 of 14 flap-kannen wijn. Er werd geen belasting over betaald. Daarnaast bekent hij dat 3 tot 4 weken geleden een varken van zijn buren tussen zijn vee liep en zijn rijst opat. Dit gebeurde vaker. Om het varken weg te jagen gooide hij een steen, waardoor het varken stierf. Het varken lag 3 tot 4 uur dood op de grond zonder dat iemand er naar keek. Daarna liet hij zijn bedienden het varken naar binnen halen, schoonmaken en in pekel leggen. Hij gaf zijn bedienden de opdracht om uit te zoeken van wie het varken was, zodat hij het netjes kon vergoeden. Hij verklaart dat dit de waarheid is in Batavia op 10 juli 1641, in aanwezigheid van:
Op 31 juli 1641 verscheen Jeuriaen Ernst nogmaals voor de Raad van Justitie van het Kasteel Batavia, waar hij na het horen van zijn eerdere verklaring, deze volledig bevestigde. Dit gebeurde in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0463 Jeuriaen Ernst van Reidelingen, een vrije burger en inwoner van Batavia, heeft bij de secretaris Arnold de Dlamingh van Oudtshoorn het volgende verklaard op verzoek van baljuw Sijmon van Alphen: Ongeveer 3 weken geleden was zijn vrouw Catalina 's avonds zonder zijn medeweten weggeweest. Dit had ze ongeveer 30 keer eerder ook al gedaan. Ze bleef dan tot 1 of 2 uur de volgende dag weg. Toen ze terugkwam bij hun huis buiten de stadspoort werd hij boos, hoewel hij haar niet had uitgescholden of aangeraakt. Hij vroeg waarom ze dit deed en zei dat dit geen gedrag was voor een eerbare vrouw. Catalina antwoordde alleen dat ze in de tuin van de boer tegenover hun huis was geweest en beloofde het niet meer te doen. Hierop pakte Jeuriaen een stok en sloeg haar ongeveer 30 keer op haar lichaam. Ze ontsnapte en sprong moedwillig in de stadsgracht, waaruit ze met hulp van anderen werd gered. Hij bekent ook dat hij ongeveer 2 maanden geleden van Adriaen Danckers, een burger van de stad, een vaatje Franse wijn van ongeveer 20 kannen heeft gekocht voor 20 realen van achten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0461 Op 24 september 1638 in Batavia werd een verklaring afgelegd over een gevecht. Bartholomeus had een schaar in zijn hand en bedreigde Jeuriaen. Jeuriaen pakte een bamboestok uit een hek en sloeg naar Bartholomeus. Bartholomeus greep de stok en stak Jeuriaen met de schaar in zijn rechter elleboog. De wond bloedde hevig en Jeuriaen werd naar huis gebracht door Jan Lucasz en anderen. Na het steken bedreigde Bartholomeus ook Jan Lucasz, zeggende dat als deze niet ziek was geweest, hij hem hetzelfde zou hebben aangedaan. Bartholomeus daagde ook anderen uit om te vechten. De getuigen waren:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9339 / 0629 Op maandag 25 juli zat de verdachte tussen 15:00 en 16:00 uur dronken in een huis van een zekere La Fontaine in de Prinsenstraat. Daar kwam Jan Geelodt uit Neuchâtel (Zwitserland) binnen, een wijngaardenier van de VOC. Geelodt had gemerkt dat er spullen verdwenen waren toen de verdachte bij hem in huis woonde en zei dat hij zijn spullen moest ophalen en niet meer terug mocht komen.
De verdachte huurde een Chinese boot om zijn spullen op te halen. Toen hij niemand thuis vond, sneed hij het touw door waarmee de deur was vastgebonden. Hij probeerde porselein mee te nemen dat niet van hem was. Toen Geelodt's vrouw dit wilde voorkomen, viel hij haar aan en sloeg haar met zijn vuisten in haar eigen huis.
Nadat de vrouw haar man had geroepen, schold de verdachte Geelodt uit. Daarna pakte hij een mes en stak Geelodt in zijn linkerarm. Geelodt viel op de grond en was er slecht aan toe. De verdachte dacht zelf dat hij Geelodt had gedood.
Uit angst gooide de verdachte het mes in de stadsgracht en vluchtte het bos in. Rond 21:30 uur werd hij door twee wachters aangehouden bij de voormalige tuin van Gouverneur-Generaal Carpentier. Hij werd vastgezet in Madelieus en later aan justitie overgedragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9340 / 0999 De assistent Willem Adriesen verklaarde aan de koopmannen Dirck Essinghs en Joan Verschure (die aangesteld waren door directeur Mattheus van den Bronck) op 9 september 1661 dat hij niets wist van samenwoning of andere beschuldigingen. Hij was bereid dit onder ede te bevestigen.
De onderkoopman Joan Agges verklaarde op 10 september 1661 dat commissaris Arnoldus van Wachtendonck een slavin genaamd Leonora had, maar dat hij niet wist of deze commissaris ontucht of overspel met haar had gepleegd. Hij was bereid dit onder ede te bevestigen.
Dit document werd op 22 december 1669 in Batavia gecontroleerd door Cornelis Swuck.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9349 / 0988 Op 14 december 1638 heeft Gerrit Jansz Rudts in Batavia een document ondertekend. De rest van de tekst is onleesbaar of beschadigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9339 / 0273 Een slavin genaamd Lucretia Christen, eigendom van kapitein-majoor Adriaen Anthonis, verklaarde op verzoek van officier van justitie Abraham Welsingh het volgende:
Op 30 maart 1638 legde Lucretia deze verklaring af voor Paulus Croocq en Gerard Herbers. Op 9 april 1638 herhaalde ze haar verklaring en gaf toe dat ze zelf ook had toegezegd mee te vluchten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9339 / 0271 Op 16 juli 1655 in Batavia legden Leendert Hondijck en Joos Chapelijnck als getuigen een verklaring af. Ze verklaarden dat iemand boos en dreigend wegliep met een brief omdat hem werd verteld dat hij een vrouw in Nederland had. De verklaring werd ondertekend door de getuigen en de beëdigd klerk Cornelis Snouck. Op 20 december 1656 werd een kopie gemaakt en geverifieerd door secretaris Sinry E Beurent Van Wberselt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9347 / 0685 Bartholomeus Verdevij, een burger uit Batavia, en zijn vrouw Maria van der Putte legden een verklaring af voor Cornelis Snouck, een beëdigde klerk. Dit deden ze op verzoek van advocaat Herman Klencke van Odessen. Ze verklaarden dat ongeveer 4 of 5 weken geleden, rond half 7 's avonds, Jacob Jansz van Oldenburg met een andere man naar hun huis aan de Tijgersgracht kwam. Hij gaf hen een met pek verzegelde brief, geadresseerd aan "Bartholomeu op de tijgersgracht". Jacob wilde eerst betaald worden voor het bezorgen voordat de brief geopend mocht worden. Toen de brief werd geopend, stond er ongeveer het volgende in: "Mijn lieve man, ik, Trijntje Willems, uw vrouw, laat u weten dat ik en uw dochter gezond zijn. Schrijf me met alle schepen, ik zal hetzelfde doen. De boter en kaas zijn hier nog goedkoop." Bartholomeus zei dat de brief niet voor hem was omdat deze van een getrouwde vrouw kwam en hij geen vrouw in Nederland had. Jacob trok toen de brief met geweld uit zijn handen en zei dat hij meer wist van "de moord". Hij gaf de brief aan zijn metgezel om voor te lezen en eiste opnieuw geld voor de bezorging. Hij dreigde de brief aan de predikanten te laten zien als ze niet wilden betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9347 / 0683 Michiel Arnouts heeft, nadat Lubbuck was weggelopen, Anthonij Cardose van achteren met een getrokken zwaard in zijn rechterzijde bij de ribben gestoken. Meerdere getuigen hebben dit gezien. Toen Michiel Arnouts met zijn getrokken zwaard achter het slachtoffer stond, hield deze zijn hand aan de rechterkant van zijn borst waar de wond ontstond. Na geschreeuw dat het slachtoffer was doodgestoken, vluchtte Michiel Arnouts weg terwijl verschillende mensen hem achtervolgden. De andere verdachten werden gearresteerd.
Dit gebeurde in Batavia op 2 juli 1655 in aanwezigheid van Gerard van Gestele en Jan op den Hooft, beide klerken. De verklaring is ondertekend door de getuigen en door Cornelis Snouck, beëdigd klerk.
Later verscheen ook Anthonicka van Batavia, weduwe van Hendrik de Nor, die in leven burger en vrij chirurgijn van de stad was. Na grondig ondervraagd te zijn, bevestigde zij dat alles wat eerder verklaard was, waar was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9347 / 0427 Johannes van Taijouan, Hamdou, Fakera, Fojurij en Dolodo legden op verzoek van stadsrechter Pieter Hackius een verklaring af voor klerk Cornelis Snouck in Batavia. Ze verklaarden dat op maandag 28 van de vorige maand rond 15:00 uur het volgende gebeurde:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9347 / 0425 Voor Arnolt de Vlamingh van Outshoorn, secretaris van de Raad van Justitie in het kasteel van Batavia, verschenen Piter de Wolff uit Amsterdam en Jan Willemsz uit Kleef. Beide mannen waren wachters in de hoofdwacht van het kasteel. Op verzoek van Gerrit Demmer, officier van justitie van Indië, verklaarden zij het volgende: Rond 2 uur waren zij aan de westkant van de grote rivier, in een huis bij de woning van een vrouw die Basta Cratarina werd genoemd. Toen ze lawaai op straat hoorden, gingen ze kijken. Voor de woning van Basta Cratarina zagen ze twee personen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9343 / 0945 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/