Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De slaaf Cato vertelt dat hij halverwege april samen met de slaaf Julij en slavin Sietje was weggelopen van de plaats van hun eigenaar. De reden hiervoor was dat Sietje een hemd van haar mevrouw had gestolen. Cato had geholpen met het wassen van dit hemd en toen hun mevrouw hierachter kwam, waren ze bang voor straf. Samen met Julij, die al een tijd een relatie had met Sietje, vluchtten ze naar het gebergte. Cato ging soms naar beneden.

Er was ook een vermoorde slaaf, die alleen in een tuin sliep. Omdat de moord was gepleegd nadat de drie slaven waren weggelopen, werden zij verdacht. Door hun verwondingen konden ze eerst niet ondervraagd worden. Toen ze weer konden praten, werden ze verhoord door de Raad van Justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0856  


De slaven Cato, Sietje en Julij hadden groente gestolen uit de tuin van burger Harmanus Smiets. Ze brachten deze groente naar het gebergte waar ze deze samen hebben opgegeten. Toen ze zagen dat er houthakkers aankwamen werden ze bang dat ze ontdekt zouden worden. Volgens Cato vroegen Sietje en Julij hem om hen te doden. Hij nam zijn mes en verwondde Sietje en Julij. Daarna probeerde hij zichzelf de keel door te snijden. Sietje vertelt een andere versie. Cato zou hebben gezegd dat ze beter samen konden sterven dan gevangen worden genomen. Sietje stemde in maar vroeg om niet van voren verwond te worden omdat ze bang was. Daarna verwondde Cato eerst haar, toen Julij en tenslotte zichzelf. Julij vertelt dat de houthakkers hem hadden gevraagd of hij iets wist van een moord in de tuin van burger Thieleman. Hij antwoordde dat hij daar niets van wist.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0857  


Een groep moordenaars zwierf rond met stroperij als doel. Ze kwamen terecht bij de landgoed van een landheer in de Tijgerbergen. De verdachte werkte daar als veehoeder. Hij kwam de groep tegen toen hij met het vee in het veld was, boven het landgoed in de bergen. De groep verbleef daar enkele dagen. De verdachte sprak meerdere keren met hen, vooral met zijn voormalige medeslaaf Alexander en Fortuijn, die eigendom waren van oud-raadslid Johannes Kruijwaagen. Deze twee waren de leiders van de groep. De verdachte gaf hen brood en dagga (cannabis). Hij zou hen ook wijn hebben gegeven als hij die had kunnen krijgen. Uiteindelijk vertelde de verdachte de groep moordenaars dat ze 's avonds van de berg af moesten komen naar het landgoed. Hij wilde hen de kans geven zijn landheer en diens hele familie te vermoorden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0213  


Op de rechtbank werden 12 mensen aangeklaagd voor gewelddadige moord, roof en andere ernstige misdaden. Ze werden ter dood veroordeeld en daarna terechtgesteld. Een van de verdachten bleek contact te hebben gehad met een groep weggelopen slaven die zich in de bergen schuilhielden. 3 van zijn eigen slaven waren daar ook bij: Alaader, Thomas en Lodewijk. Deze slaven waren eerder weggelopen van zijn grond en hadden zich aangesloten bij andere weggelopen slaven van de weduwe van Rooijen en oud-raadslid Johannes Cruijwaagen. Deze groep weglopers is later in de Slangehoek naar de boerderij van landbouwer Hercules du Pree gegaan. Daar hebben ze du Pree, zijn oudste dochter en de aanwezige landbouwer Louis Swart vermoord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0212  


De ondernemer Johannes Needer, die tijdelijk de functie van fiscaal uitvoerde, diende op 8 december een rechtszaak in bij rechtbankpresident Hendrik Swellengrebel en de raad van justitie. De zaak was gericht tegen de slaaf Fortuijn van Rio de Lagoa, die eigendom was van de boer Andries Hesselbaart. Fortuijn was gevangen genomen en werd beschuldigd van:

Om deze redenen wilde men hem onder verhoor nemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0211  


De getuige gaf aan dat de beschuldigden wel aangekomen waren maar dat ze niet gewaarschuwd waren dat ze bij zonsondergang met z'n allen van het gebergte moesten afdalen. Dit had moeten gebeuren om de moord uit te kunnen voeren. Die avond waren ze allemaal met wapens het huis binnengevallen. Dit is vastgelegd in de gevangenis of kamer van de verdachte, in aanwezigheid van:

Deze heren waren allen lid van de raad en hebben het document ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0209  


Antonio is ondervraagd over uitspraken naar een meisje. Hij heeft gezegd dat 'de baas zijn hoofd niet gek moet maken' en dat hij wel wist wat hij zou doen. Dit leek een dreigement om zijn meester te vermoorden.

Antonio zegt dat Alexander brood van andere slaven en uit zijn knapzak heeft gestolen. Alexander zou gezegd hebben dat hij zou terugkomen om eten te zoeken. Hij kwam gewapend met andere slaven twee keer terug met brood. Ze maakten plannen om de meester en zijn kinderen te vermoorden.

Er werd onduidelijk gesproken over wie van de familie ze precies wilden vermoorden - de meester of zijn dochter.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0208  


Op 26 september 1738 verscheen de slaaf Fortuijn van Rio de Lagoa voor de Raad van Justitie in het Kasteel van de Goede Hoop. De slaaf, die eigendom was van landbouwer Andries Hesselbaart, werd in de martelkamer 3 keer ondervraagd. Dit gebeurde nadat zijn medeslavenslaven Alexander, Thomas en Lodewijk waren weggelopen van de boerderij. Er werd hem gevraagd of hij tegen de dienstmeid Magteld had gezegd dat het hem speet dat zijn mevrouw en haar zoon vermoord zouden worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0207  


De scherprechter (beul) moest de veroordeelde op de gewone executieplaats in Leeuwarden ter dood brengen door middel van ophanging. Daarna moest het dode lichaam buiten de stad worden opgehangen en daar blijven tot het door vogels en het weer verteerd was. De betaling van de rechtszaak moest ook worden voldaan. Zo stond in de akte getekend door I.S. Needer op 16 oktober 1738, bevestigd door E.A. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0205  


De officier van justitie Johannes Needer heeft een rechtszaak aangespannen tegen Sabiel, een lijfeigene uit Malabar. Sabiel was voorheen eigendom van de vermoorde boer Hercules Du Preez. Hij wordt beschuldigd van samenwerking met een groep gewapende weggelopen slaven. De aanklacht is overhandigd aan de raad onder leiding van president Hendrik Swellengrebel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0247  


Het gaat over een rechtszaak waarbij marteling (pijnigen) werd gebruikt. Er waren 3 soorten marteling:

Als iemand na de volledige marteling bleef ontkennen, werd dit gezien als koppigheid. De ontkenning kon dan niet meer als bewijs van onschuld dienen. De beschuldigde hoefde dan niet opnieuw gemarteld te worden, maar kon wel gestraft worden. Andere rechtsgeleerden waren het hier ook mee eens. De aanklager eiste dat de gevangene definitief veroordeeld zou worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0204  


Magteld van de Caab verklaarde op 17 september 1738 in Kaap de Goede Hoop dat haar getuigenis helemaal waar was. Ze bevestigde dit in het bijzijn van de slaaf Fortuijn van Rio de Lagoa. De verklaring werd afgenomen door raadsleden P.R. de Savoije en H.I. Prehn van de Raad van Justitie. Secretaris J. de Grandpreez ondertekende het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0245  


De samenvatting gaat over een rechtszaak waarin een slaaf 3 keer gemarteld werd maar niets bekende. De aanklager vindt dat de slaaf toch de doodstraf moet krijgen. Mr Simon van Leeuwen heeft in zijn boek over strafrecht geschreven over marteling. Hij schrijft dat in Nederland en omliggende landen alleen volledig gemarteld mocht worden als er eerst voldoende bewijs was. Hij vraagt zich af of iemand na zo'n marteling zonder bekentenis vrijgesproken zou kunnen worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0203  


De slaaf Fortuijn had tegen zijn baas gezegd dat hij hem niet boos moest maken. Hij wist wat hij zou kunnen doen. Daarnaast dreigde Fortuijn de dochter van zijn baas te slaan met een stuk brandhout, enkele dagen nadat drie anderen waren weggelopen.

Dit werd opgetekend op het kantoor van justitie van het kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van de klerken Adriaan Van Schoor en Hendrik Emanuel Blanckenberg als getuigen. Zij hebben dit document samen met de secretaris ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0244  


De gevangene was van plan om op een avond van het gebergte af te komen om zijn landheer en diens familie te vermoorden. De andere daders hebben dit bekend en zijn hiervoor ter dood veroordeeld. Ze kwamen 's avonds gewapend vanaf het gebergte naar de plaats waar hun landheer aan tafel zat. Tijdens het verhoor in de martelkamer bekende de gevangene dat hij al eerder van plan was zijn baas te vermoorden zodra deze hem kwaad zou maken. Hij bedoelde daarmee dat hij zijn landheer zou doden zodra deze hem ook maar een klein verwijt zou maken. Volgens de aanklager zou dit voornemen alleen al genoeg zijn om de gevangene zwaar te straffen, laat staan alle andere aanklachten tegen hem.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0202  


Hij zei dat hij van plan was zijn baas te vermoorden als deze hem boos zou maken. Na 3 martelsessies bleef de beschuldigde volhouden dat hij niets te maken had met de moordenaarsbende en ontkende dat hij had aangeraden zijn werkgever te vermoorden.

De aanklager herhaalt de misdaden waar de beschuldigde zich schuldig aan heeft gemaakt:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0201  


Op onbekende datum werd voor Hendrik Swellengrebel, de president van de Raad van Justitie van het bestuur, een aanklacht ingediend door Johannes Needer. Needer was tijdelijk aangesteld als officier van justitie. De aanklacht was tegen Fortuijn, een slaaf uit Rio de Lagoa die eigendom was van boer Andries Hesselbaart. Fortuijn zat op dat moment gevangen. Hij werd beschuldigd van:

De officier eiste de doodstraf tegen Fortuijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0199  


Op 25 september werd een gevangene verhoord en gepijnigd. Na het martelen in de raadszaal en daarna zonder pijn of boeien bekende hij dat hij twee dingen eerder ontkend had:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0200  


Catharina Creijnouw, een meisje van 14 jaar, heeft een verklaring afgelegd aan Johannes Needer, die tijdelijk werkzaam was als fiscaal. Ze vertelde dat de veewachter van haar stiefvader Andries Hesselbaart, genaamd Fortuijn van Rio de Lagoa, haar ongeveer een maand voor de aanval en verwonding van haar stiefvader door weglopers had verteld dat hij het jammer vond dat haar moeder en broer door weggelopen slaven zouden worden vermoord, maar haar vader en zijzelf niet. Ze had dit aan haar vader verteld. Ze verklaarde dit onder ede aan de Kaap de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0239  


J. de Grandpreez, secretaris, en andere leden van de raad van justitie hebben het document samen met de getuige ondertekend, met de secretaris als laatste.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013B / 0241  


De rechtbank besliste dat Fortuijn van Bengalen ter dood veroordeeld werd. Hij moest naar de gebruikelijke plaats voor executies gebracht worden. Daar zou hij aan de beul worden overgedragen. Hij zou op een kruis worden vastgebonden en zonder genade levend geradbraakt worden. Hij moest op het kruis blijven liggen tot hij zou sterven. Daarna zou zijn lichaam naar de executieplaats buiten de stad worden gesleept.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0493  


Op 7 augustus 1738 werd in het Kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken. Dit vonnis werd op 9 augustus 1738 uitgevoerd. De veroordeelde werd op een rad gelegd en daar achtergelaten als prooi voor de vogels. De veroordeelde moest ook de gerechtskosten betalen.

Het vonnis werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0494  


Damon van Nias, die ongeveer 36 jaar oud was en slaaf van de oud-burgerraad Johannes Cruijwaagen, vertelde het volgende aan het gerecht van Kasteel de Goede Hoop:

In mei was hij samen met andere slaven weggelopen van hun eigenaren uit Tijgerberg. Dit waren:

Ze gingen samen naar Plange Hoek bij de boerderij van Hercules du Pree. Daar stalen ze twee schapen uit zijn kudde, terwijl de schaapherder toekeek. De schaapherder zei tegen Thomas dat hij naar zijn baas moest komen voor brood en gezouten vlees. Thomas ging toen die kant op.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0495  


Hij stond op nadat hij het meisje misbruikt had. Hij dreigde haar te vermoorden als ze aan haar werkgever zou vertellen wat hij had gedaan. Hij zei ook dat ze haar met bloed bevlekte kleren moest wassen. Daarna ging hij weg zonder nog naar haar om te kijken. Het kind bleef helemaal bebloed en verzwakt liggen vanaf de middag tot de avond. Haar moeder, die haar was gaan zoeken omdat ze niet thuis kwam, vond haar in deze toestand en bracht haar naar huis. Omdat zulke verschrikkelijke daden in een land met rechtspraak niet onbestraft kunnen blijven, maar juist streng bestraft moeten worden om anderen af te schrikken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0492  


De slaaf Fortuijn van Bengalen, eigendom van burger Bernardus Van Biljon, ongeveer 30 jaar oud, heeft zonder dwang bekend dat hij op 1 juli van zijn meester's huis in Stellenbosch wegging om brandhout te zoeken. Bij een plankenbrug niet ver van Stellenbosch ontmoette hij een slavenmeisje genaamd Lea, eigendom van boer Pieter Venters. Lea was daar de paarden van haar meester aan het hoeden. Het meisje was tussen de 8 en 9 jaar oud. Fortuijn zei tegen haar dat ze met hem mee moest gaan in de bosjes om met hem te slapen. Toen ze weigerde, greep hij haar bij de armen, trok haar de bosjes in en verkrachtte haar op gewelddadige wijze, ondanks haar geschreeuw.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11013A / 0491  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/