Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De veroordeelde werd ter dood veroordeeld op de volgende manier: Deze uitspraak werd gedaan door P. Lourensz op 28 mei 1739.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0750  


In het VOC-hospitaal is in de nacht van 11 op 12 mei een diefstal gepleegd. Een patiënt die daar verbleef heeft verschillende goederen gestolen uit een kist die naast zijn bed stond. De kist stond met het slot tegen de muur. Hij zag een stuk van een hemdrok uit de kist steken en toen hij die wilde pakken, merkte hij dat de scharnieren van de kist los waren. Hij maakte gebruik van deze gelegenheid door het verzegelde deksel aan de achterkant op te tillen.

De gestolen goederen waren:

De dief verstopte de tabak in zijn eigen kist, de bonte hemden in een gangetje en de overige goederen onder zijn kleding.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0631  


De eerste verdachte heeft in het begin van februari 's nachts samen met de tweede verdachte, die op wacht stond, ingebroken bij het houtmagazijn. Hij klom over de zijmuur via een stapel klinkers die tegen de binnenmuur stond. Met een plank die hij daar vond, klom hij op het dak. Hij maakte een gat in het dak en liet zich naar binnen zakken. Daar stak hij een kaars aan en opende verschillende pakken.

Dit was niet de eerste keer. Eerder hadden ze al vier zakken met linnen gestolen, ongeveer 100 stukken in totaal. Het grootste deel hiervan werd verkocht aan de timmerman in het VOC-hospitaal. De rest verkocht de tweede verdachte bij de kade.

In januari hadden ze afgesproken om linnen te stelen uit het VOC-magazijn. De tweede verdachte had speciaal aan zijn officieren gevraagd om 's nachts de wacht te mogen houden bij het magazijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0625  


Over hoe dieven bestraft moesten worden volgens de wetten en regels waren er verschillende bepalingen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0606  


De soldaat Michel Herda van Sarengotta, 34 jaar oud, verscheen voor de raad van justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Op verzoek van onderkoopman Johannes Needer, die tijdelijk als aanklager optrad, bekende hij het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0551  


Op 24 maart 1739 werd er een vergadering gehouden in Kaap de Goede Hoop. Hierbij waren aanwezig:

De secretaris heeft de notulen en rekeningen ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0550  


In februari 1739 verscheen Lijsbeth van de Caab voor de raadsleden N. Heijning en C. Brand van de Raad van Justitie van het kasteel de Goede Hoop. Haar eerdere bekentenis werd haar voorgelezen en ze bleef bij haar verklaring. Ze wilde slechts één ding toevoegen: de twee stukken linnen had ze niet van een matroos gekocht. In plaats daarvan had ze in totaal 4 stukken wit linnen en 6 stukken rode dobbelsteen (een soort stof) gekregen van soldaat Michiel Herda, bij wie ze enige tijd verbleef. Herda zei dat hij deze goederen van matrozen had gekocht.

Toen ze met Herda sprak over diefstallen die waren gepleegd in het houthok en in de tuin van de VOC, antwoordde hij dat "dat zwarte gespuis" dat gedaan moest hebben. Lijsbeth verklaarde in het bijzijn van Herda dat dit alles de waarheid was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0549  


Op 9 april 1739 werd door J. Needer een juridisch verzoek ingediend. Hij vroeg aan de rechters om de verdachte te veroordelen tot marteling, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. De reden hiervoor was dat de verdachte was gevlucht, wat gezien werd als een teken van schuld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0545  


Een getuige (deposant) zegt dat een verdachte hem steeds naar de kombuis (scheepskeuken) joeg. De getuige zag dat de verdachte 's nachts het huis uit ging en pas bij zonsopgang terugkwam. Als de verdachte dan thuiskwam, was zijn kleding vies, alsof hij in het zand had gelegen. Als de verdachte wegging, liet hij de voordeur open en gaf opdracht deze open te laten. Toen iemand de deur een keer sloot, sloeg de verdachte de getuige.

Dit bewijst dat de verdachte zowel overdag als 's nachts geen goede dingen deed. Hij joeg deze jongen steeds weg naar de kombuis zodat die niet kon zien wat er in huis gebeurde. Als de verdachte het linnen gewoon eerlijk had gekocht, hoefde hij niet bang te zijn voor huisgenoten. Het lijkt er sterk op dat hij het linnen van de Compagnie zelf heeft gestolen of heeft meegeholpen met stelen. Dit blijkt ook uit zijn eigen tegenstrijdige verklaringen over het linnen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0537  


Het gaat over een verklaring waarin een zekere Smith op vraag 29 antwoordde met 'ja'. Hij was 's nachts wachtpost geweest samen met een verdachte. Er wordt vermoed dat de verdachte, alleen of met anderen, ingebroken heeft om makkelijker diefstal te kunnen plegen onder Smith's wacht.

Men denkt dat ze vooraf hadden afgesproken dat als de diefstal zou uitkomen, Smith zou zeggen dat hij het gestolen linnen van de verdachte had gekregen. De verdachte zou dan weer kunnen beweren dat hij het van willekeurige mensen had gekregen, wat geloofwaardig was omdat er dagelijks allerlei mensen bij zijn huis kwamen eten, zowel van de werf, het kasteel als van schepen.

Dat de verdachte 's nachts afwezig was, blijkt uit een verklaring van de slaaf Leander. Leander was voor ongeveer 5 maanden verhuurd aan de verdachte om hem als kok te dienen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0536  


De soldaat verklaart dat alleen Herda de gestolen linnen stoffen had ingekocht. Toen hij zelf enkele stukken kreeg om te verkopen en vroeg waar deze vandaan kwamen, en dat Herda deze niet van zwarte mensen mocht kopen, antwoordde Herda dat dit hem niet aanging en dat hij zijn eigen contacten had. Hoewel de verdachte eerst zei dat alleen Herda linnen aan hem verkocht had, bekende hij later dat hij de laatste twee partijen samen met Herda had gekocht. Dit werd bevestigd op de dag dat ze samen de zogenaamde verkopers moesten aanwijzen op de Equipagewerf. Daar heeft soldaat Smith de verdachte in aanwezigheid van de commissarissen van de Raad en de aanklager ermee geconfronteerd dat ze samen linnen hadden gekocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0534  


De dienstmeid Elisabeth kocht gestolen linnen met de verdachte. Ze had afgesproken dat ze dit linnen voor zijn rekening zou verkopen. Ze had er meer geld voor gekregen dan soldaat Johan Christiaan Smith. Als dit ontdekt zou worden, moest ze volgens afspraak zeggen dat ze het van een onbekende matroos had gekocht. Elisabeth was dus een heler.

Johan Christiaan Smith zou volgens de verdachte twee keer linnen hebben gekocht van onbekende matrozen. Maar tijdens zijn verhoor ontkende Smith dit. Hij verklaarde dat hij 91 stuks linnen van de verdachte had gekregen en voor hem had verkocht. Als hij meer geld kreeg dan de afgesproken prijs, kocht hij voor die winst ongeveer 34 stuks voor eigen rekening. Deze stukken werden later in zijn kist gevonden. Deze handel duurde van januari tot februari.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0533  


De beschuldigde bekent nog 52 geldeenheden schuldig te zijn aan de timmerman voor de totale aankoop. Toen het linnen bij hem werd afgeleverd, had hij niet genoeg geld en haalde het resterende bedrag bij timmerman Andries Luder.

Soldaat Jan Christiaan Smith verkocht het overgebleven linnen bij de Kaap voor 8 schellingen per stuk, waarvan hij 6 schellingen kreeg. De beschuldigde heeft alleen 6 rode en 3 witte stukken linnen aan Lijsbet, de dienstmeid van boekhouder Martinus Heems, gegeven en verder niets verkocht behalve aan de timmerman.

Toen raadsleden zijn huis kwamen doorzoeken, heeft hij samen met soldaat Smith 4 of 5 stukken linnen die van Smith waren in een zak rijst verstopt vlak voor de justitie aankwam. Tot slot verklaart hij dat de verkopers van het linnen niet in zijn huis maar voor zijn raam stonden en dat hij het daar kocht, meestal tussen 10 en 11 uur 's avonds.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0531  


Commissarissen uit de stadsraad gingen naar de werf van de Compagnie. Daar werden alle timmerlieden en matrozen opnieuw opgesteld. Deze werden aan de gedaagde en Johannes Christiaan Sniet getoond om aan te wijzen van wie zij het linnen hadden gekocht. Ze wezen toen twee mensen aan, maar dat was helemaal onjuist. Deze mensen hadden niets te maken met het stelen van het linnen. Bij onderzoek werd de aanklager door de equipagemeester verteld dat een van de twee beschuldigde mensen ten tijde van de diefstal helemaal niet bij de Kaap was, maar op een schip in de haven. Ook over de andere persoon hadden ze het mis.

De gedaagde had alleen maar uitvluchten gezocht om deze mensen te beschuldigen. Daarom liet de aanklager hem ook gevangen zetten. Toen hij daarheen werd gebracht, probeerde hij aan de rechtspraak te ontsnappen en vluchtte. De gerechtsdienaren achterhaalden hem echter snel weer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0528  


Op een dag heeft Johan Christoffel Smit linnen publiekelijk verkocht langs de huizen. Hij gaf aan dat hij deze van Michiel Herda had gekregen om voor diens rekening te verkopen. De aanklager was niet tevreden met dit antwoord en vroeg aan de gezaghebber om Smit vast te houden totdat de bekende handelaar, Herda, ondervraagd kon worden. Dit werd toegestaan.

Vervolgens werd Herda van zijn woonhuis in Kaap gehaald. Voor de commissarissen en andere raadsleden werd hem gevraagd hoe hij aan dit gestolen linnen kwam. Hij antwoordde brutaal dat hij het samen met soldaat Johan Christoffel Smit had gekocht van enkele timmerlieden en matrozen van de werf. Hij voegde toe dat hij deze personen wel zou herkennen als hij ze zag, maar kon op dat moment hun namen niet noemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0527  


In december werd ontdekt dat er was ingebroken via het dak van het houtmagazijn van de Oost-Indische Compagnie. Daar waren enkele stukken textiel gestolen uit pakken die daar waren opgeslagen van verongelukte schepen.

Uit pak nummer 803 waren 29 stuks Carriderry's gestolen.

Begin januari was er weer ingebroken, nu in het tuinhuis van de Compagnie. Daar werden gestolen:

In februari was er een derde inbraak, weer via het dak van het houtmagazijn. Toen werd er gestolen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0524  


De officier van justitie Johannes Needer diende een rechtszaak in bij de president Hendrik Swellengrebel en de Raad van Justitie. De zaak was tegen de soldaat Michiel Herda, die gevangen zat op beschuldiging van diefstal. De rechtszaak begon begin 1732.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0523  


Uit de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop werd aan de veroordeelde Hendrik Pothooven zijn eigen verklaring voorgelezen. Hij bevestigde dat alles juist was en wilde niets toevoegen of weghalen, behalve dat het waar was dat toen Thans Dollink zijn billen liet zien, hij naar diens geslachtsdeel had gegrepen. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 16 maart 1739 voor raadsleden J. Moller en P.R. de Savoije. De verklaring werd ondertekend door de ondervraagde en secretaris J. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0522  


Op 27 januari werd er een ondervraging gedaan over gebeurtenissen met bandieten. Christoffel de Koning en Frans Dollink waren daarbij betrokken. Later bleken er in totaal 6 bandieten op het eiland te zijn. Een tamboer (trommelaar) werd ondervraagd over geruchten die de ronde deden. De tamboer ontkende direct betrokken te zijn bij de gebeurtenissen, maar gaf aan dat hij er alleen over had horen vertellen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0520  


Het gaat over dat een slavin genaamd Elisabeth een bekentenis heeft gedaan. Een soldaat genaamd Smith beweert dat hij met de beschuldigde samen het linnen heeft gekocht. De aanklager kan hier nog niets zeker over zeggen, omdat soldaat Smith eerder verklaarde dat iemand hem had gezegd dat hij de man had gevonden van wie hij het linnen had gekocht. De aanklager denkt dat dit verzonnen is, omdat soldaat Smith en de beschuldigde waarschijnlijk samen wel wisten wie de echte dief van de gestolen goederen was. Het valt de aanklager op dat soldaat Smith verschillende keren aan sergeanten heeft gevraagd om 's nachts wacht te mogen houden bij het houtmagazijn van de VOC. Daar lag het linnen opgeslagen en werd 's nachts bewaakt tegen dieven. Smith was bijna altijd één van de wachters. Zijn officieren stonden dit toe omdat hij zei dat hij overdag handel dreef in Kaap.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0535  


De slavin Diana verklaarde dat de beschuldigde een vreemd gesprek had met zijn meester. Toen de beschuldigde niet wilde gaan slapen, zocht hij naar zijn grote keukenmes op de schoorsteenmantel. Hij zei dat hij het daar had verstopt en vroeg wie het had weggenomen. Toen hij dat mes niet kon vinden, pakte hij een ander mes dat op tafel lag en stopte dat in zijn broekzak.

Hij ging naar voren, waarop Diana via de keuken naar buiten ging om haar meester te waarschuwen. Ze zag de beschuldigde terugkomen en ging toen weer naar de keuken waar ze op een tafel ging zitten. Ze zag de beschuldigde meerdere keren heen en weer lopen tussen de galerij en het voorhuis. Hij kwam terug in de keuken, haalde het mes uit zijn zak en zei "nu is het tijd, er mag van komen wat er van wil". Hij liep met het mes op haar af, waarop zij met haar twee kinderen en de andere slavin Candasa uit de keuken vluchtten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 1374  


De slavin Lijsbeth heeft eerder een valse bekentenis afgelegd waarin ze beweerde dat ze wit linnen van een matroos had gekocht. Bij een nieuwe ondervraging heeft ze dit ingetrokken. Ze bekende toen dat ze 4 stukken wit linnen en 6 stukken rood dubbelsteens goed had gekregen van de verdachte, met wie ze enige tijd een relatie had. De verdachte had tegen haar gezegd dat hij die goederen van matrozen had gekocht.

Lijsbeth en de verdachte hadden ook gesproken over diefstallen uit het houtmagazijn en de tuin van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De verdachte reageerde hierop door te zeggen dat het zwarte volk dat gedaan moest hebben.

De aanklager vermoedt dat Lijsbeth niet eerlijk is geweest. Als er niets te verbergen was, had ze niet zoveel leugens hoeven te vertellen. Ze had direct kunnen zeggen dat ze het linnen van de verdachte had gekregen als zijn minnares. In plaats daarvan zweeg ze hierover totdat ze hoorde dat de verdachte het al had bekend. De aanklager denkt dat Lijsbeth waarschijnlijk op de hoogte was van alle diefstallen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0532  


Op zondag ontving Lijsbeth van de Caab, slavin van boekhouder Manthinus Heems, rond 10 uur bezoek van een onbekende matroos. Lijsbeth was op dat moment alleen thuis omdat haar meester en meesteres in de kerk waren bij het Kasteel de Goede Hoop. De matroos bood linnen te koop aan in stukken van 50 en 12 el. Ze sprak met hem af dat hij voor het einde van de kerkdienst zou terugkomen. Hij kwam pas 's middags terug en verkocht haar twee stukken linnen van 12 el voor 14 schelling per stuk. Hij beloofde ook linnen van 50 el te brengen, maar deed dit niet. De volgende dag zag haar meesteres de twee stukken linnen op een tafel in de keuken liggen. Toen ze vroeg wat voor linnen het was, vertelde Lijsbeth dat ze het van een matroos had gekocht die ook stukken van 50 el zou hebben.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0547  


De vrouw verkocht later het linnen aan een andere slavin voor 2 muntstukken per stuk. Dit blijkt uit haar bekentenis (document A). De aanklager moest hier eerst genoegen mee nemen, maar hield haar toch nog vast om meer bewijs te kunnen verzamelen. Toen het nieuws over de gevangenneming van deze slavin zich in Kaap verspreidde, kwamen er meer details naar boven. Het linnen bleek hetzelfde soort te zijn als wat uit het houtmagazijn van de Compagnie was gestolen. Dit zorgde ervoor dat mensen naar de aanklager gingen om te melden dat zij soortgelijk linnen hadden gekocht van een soldaat genaamd Jan Christiaan Smit. De aanklager liet deze soldaat opsporen en ondervragen door commissarissen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0526  


Het gaat over een voorval in het Kasteel de Goede Hoop op 9 februari 1739. De slaaf Hoemar kwam verward de kamer binnen en sloot de deur. De huisvrouw sprong uit angst met haar kleine zus door het raam naar de werf. Bij het voorval brak een geweer op de grond. De verteller sprong door het raam naar binnen en bond met hulp van 2 jongens de slaaf Hoemar vast. Op de grond lag een schaar, waarmee Hoemar zichzelf waarschijnlijk in zijn buik had verwond. Een slavin genaamd Malata was door Hoemar licht in haar hals verwond op 2 plaatsen. De verklaring werd afgelegd op het gerechtsgebouw in aanwezigheid van klerken Adriaan Van Schoor en Hendrik Emanuel Blanckenberg als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11014 / 0752  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/