Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
De vrijslaaf Jacobus Hendriksz en de slaven April van Mallebaar, Thomas van Macasser en Andranaire van Madagascar (een slaaf van de VOC) zijn berecht voor weglopen en andere criminele feiten. De rechtbank heeft namens de Staten-Generaal het volgende vonnis uitgesproken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0055 Op 2 juni 1577 werd er gesproken over verschillende zaken in 's-Hertogenbosch. Er werd geld gevraagd voor Duitse soldaten en andere noodzakelijke zaken. Ook waren er meldingen van onrust en muiterij onder de Duitse soldaten.
Er werden diverse financiële en bestuurlijke besluiten genomen:
Op 17 juni werden verschillende verzoeken behandeld van:
Er werd besloten om Adrien Rollegra, de kamerdienaar van de prelaat van Sint-Ghislain, met spoed naar Engeland te sturen met brieven voor de burggraaf van Gent.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 2 / 0028 De advocaat De La Bassecour rapporteerde over een verzoekschrift van Elias en Manuel deCrasto van 8 oktober 1722. Er werd besloten om een kopie van dit verzoek te sturen naar directeur Jan Noach Du Faij op Curaçao. Hij moest proberen de geschillen op te lossen. De Kamer wilde zich niet mengen in rechtszaken en wilde de rust op het eiland bewaren. Als de onenigheid niet opgelost kon worden, moest de directeur een uitgebreid verslag sturen met alle details en juridische procedures. Hij moest ervoor zorgen dat de rechtspraak eerlijk verliep en dat de Joodse bevolking niet werd benadeeld. Jurrian Louuwe werd aangesteld als onderstuurman op het schip Vlissinge dat naar Arguijn zou varen. Van der Waeijen moest zijn geschiktheid onderzoeken. Op 20 oktober 1722 kwam er een brief uit Middelburgh van de Zeeuwse Kamer over:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 377 / 0190 Op 20 juni 1744 kwamen bij notaris Jean Barels in Amsterdam verschillende mensen samen als eigenaren van het schip De Catharina onder kapitein Ricker Jappes. De eigenaars waren:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510437 / 530 Op een dag in Amsterdam maakte Johanna Antonia Kanne haar testament. Ze deed dit uit eigen beweging, zonder dat iemand haar hiertoe had aangezet. Ze wilde dat dit testament alleen van kracht zou worden na haar dood. Het testament werd opgesteld in haar huis, in het bijzijn van twee getuigen: Jacob van Rynberg en Isaac Simons.
Ze verklaarde dat alle eerdere testamenten die ze had opgesteld, alleen of samen met haar overleden man, niet meer geldig zouden zijn. In plaats daarvan benoemde ze haar schoonvader, Isaac Uijttenbogaard, tot haar enige erfgenaam. Hij zou al haar bezittingen erven, waaronder:
Hij mocht na haar dood deze erfenis volledig bezitten en er naar eigen inzicht over beschikken.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1510715 / 235 Dit is een verdeling van een erfenis waarbij de volgende personen betrokken zijn:
Maria Luca Taauwen en haar echtgenoot Jan Jozel Jeurissen krijgen:
Zij moeten hiervan uitkeringen doen aan:
Peter Joseph Jeurissen krijgt:
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9270 / 0495 Deze tekst gaat over een verzoek van voogden aan de bestuurders van het Gouda. De voogden zijn:
Ze zijn voogd over de minderjarige dochter Marritgen Adriaens, kind van Adriaen Cornelissz de Doot en Gertgen Aerts. Het betreft een huis met erf in de Blaustraet. De buren zijn:
Er wordt ook gesproken over het Sint-Elisabeths gasthuis, waar iemand onderhouden zou worden en in de keuken zou helpen. Hiervoor zou 408 gulden plus 100 gulden betaald worden. Dit wordt besproken in een vergadering op 19 december 1622 en later op 21 december 1622. De uiteindelijke beslissing wordt genomen in de vroedschap op 16 januari 1623.
Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 197 / Requestboek / 1622-1627 / Gda / 0013 In het kasteel St. George d'Elmina werd het volgende besloten:
Deze besluiten werden ondertekend door Pieter Nuijts, Johan Dirk Ingilbij, J. van den Brouken, F. Rempelaer, A. Schoonheid en secretaris J. Magenius.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 124 / 0392 Pieter Mits schrijft op 7 april 1706 een brief met de volgende punten:
In een naschrift meldt hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 484 / 0357 De tekst gaat over personeelsaanstellingen op de kust van West-Afrika. Michiel van Dalen werd bevorderd tot opperkoopman. Tot onderkooplieden werden benoemd: Promsius Vugte, Anthuy Coster, Pieser Tidders en Samuel Grauwenhaan. De laatste twee waren al ter plaatse.
Andere benoemingen waren:
Er werd ook geklaagd dat er maar één brief was meegegeven met de schepen Tyger en Atrent. Dit was riskant omdat de brief verloren had kunnen gaan toen de schepen langs Engeland voeren. Er werd gevraagd om voortaan kopieën van brieven te sturen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 54 / 0224 Dirk Van Leeuwen, schipper van het bedrijfsschip Pijnenburg, meldde dat hij op 29 september vorig jaar ongelukkig twee Franse schepen tegenkwam die van Canada naar Martinique voeren. Hij werd door hen veroverd en naar Martinique gebracht.
Twee wisselverzoeken werden gedaan:
Joan Van Sevenhuijsen, oud directeur-generaal van de kust van Guinea, vertrok met het schip De Ova Maria. Aan boord was vaandrig Michiel Jolin, die kort na vertrek overleed. Voor zijn dood had hij zijn natuurlijke zoon Georgie Jolin als enige erfgenaam benoemd, met Van Sevenhuijsen als voogd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 362 / 0062 Deze tekst gaat over militaire aanstellingen in de Nederlandse forten langs de kust van Guinea. De volgende personen werden benoemd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 23 / 0136 Op 10 maart 1704 is er een vergadering in de Kamer van Stad en Landen in Groningen. Eylko Tamminga, raadsheer van de stad, wordt geaccepteerd als gecommitteerde. De vergadering bespreekt de situatie aan de kust van Guinea. Er worden verschillende brieven voorgelezen van:
Er wordt geen besluit genomen over deze brieven. De verdere besprekingen worden uitgesteld tot de volgende vergadering op 17 maart 1704. Die middag wordt er gesproken over de handel en andere verzoeken voor de kust.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1 / 0200 De Michiel Tolin overleed plotseling en had voogdij geregeld voor een kind dat met het schip Eva Maria naar Nederland was gekomen. Joan van Sevenhuijsen had een verzoek ingediend om als voogd aangesteld te worden. Sevenhuijsen had eerst het voogdijschap afgewezen omdat de papieren niet helemaal in orde waren. De Weesmeesters van de stad stelden hem alsnog aan als voogd.
Sevenhuijsen vroeg toestemming om de nog niet uitbetaalde salarissen van Michiel Tolin te ontvangen om de kosten voor het onderhoud en onderwijs van de zoon en erfgenaam te kunnen betalen. Dit verzoek werd goedgekeurd.
Pieter Deldijn diende een verzoek in als erfgenaam van zijn overleden zoon Hendrik Deldijn, die boekhouder was geweest aan de kust van Guinea. Hendrik Deldijn had nog recht op uitbetaling van salaris, maar de administratie was verloren gegaan met het schip Den Adent.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 362 / 0063 In een brief van 7 juli 1700 schrijft directeur-generaal Joan Sevenhuijsen vanuit de kust van Guinea aan de bestuurders van de West-Indische Compagnie over de volgende leveringen:
Sevenhuijsen schrijft op 15 april en 21 juni dat ze geen schapenvet hoeven te sturen voor de volgende zending, maar dat de rest van de bestelling zoals kleding, stoffen en wapens wel welkom is.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 869 / 0021 De volgende besluiten werden gemaakt op Fort St. George in Elmina op 31 december 1705:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 124 / 0387 De Kamer van Zeeland en de Kamer van Amsterdam zullen bepaalde goederen en medicijnen leveren. De Kamer van Amsterdam neemt de helft voor haar rekening, Zeeland een kwart en de Kamer op de Maze het laatste kwart. Deze goederen zullen snel worden verzonden.
Er zal een nieuw schip worden gebouwd van ongeveer 90 voet lang door de Kamer van het Noorderkwartier. Dit schip moet nog dit jaar naar de kust worden gestuurd en in april van het volgende jaar terugkeren.
De volgende personen zijn benoemd tot nieuwe functies aan de kust:
Tot Commies zijn benoemd:
Tot Commies-secretaris:
Tot Onder-Commies:
Tot vaandrig-commandant is Michiel Jolin benoemd, zoals al eerder aangekondigd in de brief van 19 maart vorig jaar. Hij mag op de berg St. Jago blijven als hij dat wil. Er wordt met verbazing geconstateerd dat eerdere opdrachten over zijn benoeming niet zijn uitgevoerd. Zijn salaris als vaandrig-commandant moet ingaan vanaf het moment dat de brief van 19 maart is ontvangen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 55 / 0012 Op 31 december 1705 werd er in kasteel St. George d'Elmina besloten om een kleine versterking te bouwen met torens en een muur eromheen bij het handelskantoor Bercon. Dit zou minder kosten dan de schade die zou ontstaan zonder deze versterking, door:
Deze locatie was een van de beste plekken voor de handelscompagnie om slaven- en goudhandel te bedrijven aan deze kust. Dit werd besloten door Pieter Nuijts, Johan Dirk Jngelbij, J. van der Broeken, Michiel Jolin, Ant. Cosch, N. du Prois en W. van Midlum.
Op 4 januari 1706 meldde commissaris Haring uit Accra dat de lokale bevolking van het dorp Ponim eiste dat er een handelspost zou worden gebouwd als de Nederlanders daar wilden handelen. Ze hadden gemerkt dat de Nederlanders alleen kwamen als er goede handel was. Als er geen handelspost zou komen, zou handel niet worden toegestaan. Ook vroeg de koning van Agnamboe of het contract dat was gesloten met de overleden gouverneur-generaal La Palma zou worden nageleefd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 918 / 0078 Op 29 oktober 1705 hebben de president en raadsleden in kasteel Elmina verschillende besluiten genomen. Robert Hartleij, die onder-beheerder was in Chama, werd vanwege voortdurende ziekte ontslagen. Paulus Cesar Le Candele werd aangesteld als zijn vervanger. Deze beslissing werd ondertekend door verschillende personen, waaronder:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1286 / 0035 Volgens dit besluit mag niemand buiten zijn eigen gebied gaan. Doet men dit toch, dan verliest men 2 maanden salaris. Ook zal het bestuur niets doen als iemand door Afrikaanse bewoners wordt doodgeschoten door te ver te gaan. De fiscaal moet zorgen dat dit bericht overal wordt opgehangen waar dit gebruikelijk is. De hoofden moeten hun Afrikaanse werknemers over deze regel en straf informeren, anders verliezen ze een jaar salaris.
Op 23 november 1697 werd besloten dat Jacobus Rohart, werkzaam in Chama, wordt aangesteld als administrateur in Axum. Pieter Nuijts werd benoemd in Chama. Omdat Rohart ervaring heeft met de oorlogszaken in Adom, blijven beide mannen voorlopig op hun huidige post tot duidelijk is hoe de situatie in Adom zich ontwikkelt.
Op 26 maart 1698 werd Jacobus Rohart op zijn verzoek aangesteld in Accra, na het overlijden van administrateur Andries Koen. De nieuw aangekomen hoofdadministrateur Lodewijk van der Straten nam op zijn verzoek de post in Atrin over.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 124 / 0315 De tekst betreft een inventarisatie en verkoop van nagelaten goederen van schipper Daniel Schaijen van Vlissingen in het kasteel St. George da Mina op 24 januari 1682.
De inventarisatie werd gedaan in aanwezigheid van:
De verkoop vond plaats op 20 juni 1682 op bevel van directeur-generaal Daniel Verhoutert. De goederen bestonden uit:
De goederen werden verkocht aan verschillende personen, waaronder Jan van Wesemael, Daniel Frederick, Michiel Tolijn en Abraham George.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 1008C / 0065 Op 3 mei 1928 trouwden in Amsterdam twee stellen:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2363115 / 5 Johannes Adrianus Engelbrong vraagt op 26 maart 1784 in Curaçao een functie aan als assistent. Hij belooft zich goed te gedragen. Op 29 juni 1784 volgt een brief waarin hij bedankt voor zijn benoeming tot kapitein-commandant over de militie. Hij klaagt dat zijn salaris lager is dan dat van zijn voorgangers, die 100 gulden verdienden. Het stoort hem dat mensen met minder ervaring en een lagere rang boven hem worden gesteld. Hij wijst erop dat hij al 26 jaar trouw dient en zowel bij het bestuur, het leger als burgers geliefd is. Er wordt verwezen naar een vergadering van de West-Indische Compagnie in Amsterdam op 4 april 1783.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.01.02 / 612 / 0769 Op 20 januari 1719 ontstond er een gevecht waarbij iemand genaamd Kees zwaar gewond raakte door een steekwond. Het slachtoffer bloedde hevig en viel tegen een deurafscheiding. Kees riep uit dat hij was gestoken. Michiel sprak met Augustus over het incident, waarbij hij in het Maleis fluisterde dat ze niet moesten zeggen dat hij Kees had gestoken. Hij deed dit omdat hij bang was voor problemen met zijn baas.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0814 In de periode tussen 11 januari en 1 maart 1694 werden verschillende besluiten genomen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 1565 / 1337 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/