
VaderMoeder |
Overledene (man)
Partner |
| Relatie | wdnr |
|---|
Historisch Centrum Limburg, BS Overlijden
Burgerlijke Stand in Limburg, Sint Geertruid, archief 12.100, inventarisnummer 17, 28 december 1899, aktenummer 25
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/
Op woensdag 1 november schreef Leeuwe van den Heuvel:
Uit De Zuid-Limburger van Zaterdag 6 Januari 1900:
Een nastaartje van den brand te Moerslag.
ST. GEERTRUID, 5 Jan. Zaterdag morgen weerklonk over berg en dal het akelig gebrom der doodsklok. Wie zich toen hier in den omtrek van het Godshuis bevond, was getuige van eene hartverscheurende, dubbel droevige plechtigheid. Dáár kwam voorbij een lijkstoet, niet met één, maar met twee stoffelijke zielomhulsels in zijn midden gedragen. Voorwaar menige bittere traan ontviel het oog der zwarte, voorbijtrekkende menigte. En van wien waren dan die twee lijken, die ten grave gedragen werden? O! het waren de echtelieden Habets uit Moerslag, die door vlijt en oppassendheid zich een flink bestaan voor hun ouden dag verzekerd hadden. Zóó leefden zij gelukkig en tevreden, toen in October jl. de hevige brand aldaar uitbrak, en hunne woning met nog vier andere totaal vernielde. De vrouw door den schrik ontzet is sedert ziek geweest en weggekwijnd. De man dit ziende, liet ook langzamerhand den moed zinken, en werd troosteloos, door de teedere liefde, welke hij zijne wederhelft toedroeg. En toen nu Woensdag 27 December jl. zijne echtgenoote het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, wilde hij ook niet langer in dit tranendal meer ronddoolen, en gaf ook hij Donderdag morgen zijne schoone ziel aan haar Schepper weder.
De beide laatste overblijfsels werden in één graaf naast elkander neergelaten, onder het droevig geluid der klokken, en als 't ware onder een stroom van tranen. Want niet alleen kinderen en familie, maar ieder aanwezige kon zijne tranen niet weerhouden vooral toen het akelige geknetter der aardkluiden den laatsten blik op deze twee, tot in den dood toe vereenigde, brave lieden deed wegzinken.
Voorzeker eene zeldzame treurige plechtigheid, want niet alleen dit Tempelgebouw, maar geen in dezen omtrek, zag zulke plechtigheid ooit meer.
Komt hier gij dronkaards en woestelingen, gij echtbrekers en twistzoekers, komt hier, en neemt een voorbeeld, dan zal men ook van U eens zeggen, als gij op 't kerkhof rust, als van hen, die schoone woorden:
Zij rusten in Vrede.
X.