
eiser, die procedeert voor zichzelf en namens zijn vrouw Eling en haar zuster Sijts Reijntijes vanwege de goederen in de sate, stelt dat gedaagde 14 pm land huurt van zijn vrouw en 7 pm van Sijts, dus totaal 21 pm land in de sate waarop gedaagde woont. Gedaagde zou daarvoor aan huur betalen wat "goede mannen" zouden bepalen, wat toen op gg 1 per pm is vastgesteld en door partijen geaccordeerd. Dit is elk jaar (behalve in 1558) door gedaagde voldaan. Ook is er volgens eiser op 7-1-1555 bij "toespreken" van Reijn Hoijtema en Pals Suijertdts een akkoord gemaakt en bekrachtigd, waarbij o.a. de kosten van dat akkoord ten huize van Pieter Sipkis te Sneek en in Heeg elk voor de helft door partijen betaald zouden worden. Eiser heeft deze kosten in Heeg van cg 4 zelf betaald en heeft zelfs vanwege hun vriendschap gedaagde voor cg 1 gekwiteerd, terwijl Aedger beloofd had [de helft] te betalen. Ook stelt eiser dat gedaagde rond Pinksteren 1557 ten huize van de eiser gort en stokvis gehaald heeft voor een bedrag van 11 stuivers en dat dit gerecht gedaagde in juni 1557 voor bepaalde onkosten aan de eiser veroordeeld heeft. Vanwege deze onkosten is een baar gemaakt m.b.v. Otte Sickis en Foeckle Ygis en uitgesproken in Heeg en is eiser cg 1 toegezegd. Gedaagde had eiser die cg 2 moeten betalen en samen de 11 stuivers voor gort en stokvis evenals de huur van de 21 pm land van 1558 van gg 21 met bijbehorende onkosten. Aedger voor zichzelf en als man en voogd van zijn vrouw ontkent deze aangifte, maar erkent het gemelde huurcontract van 20 jaar voor een huur te bepalen door "goede mannen" onder conditie dat dit contract elke 5 jaar vernieuwd zou worden. Daarbij zal blijken dat de sate waarop gedaagde woont bij de aanbreng of anderszins niet groter is dan 40 pm evenals niet zal blijken dat in het akkoord vermeld is dat er een huurprijs afgesproken is (van gg1 per pm) maar dat alleen vermeld is dat de huur door 2 goede mannen bepaald zou worden. Gedaagde wil dit naleven. Hij wil de cg 2 en 11 stuivers wel betalen, mits ontvangend daarvan een kwitantie en dat eiser onder ede verklaart dat dit hem toekomt. Partijen hebben de eed van calumnie afgelegd, waarbij Tijets als een van de gedaagden posities van de eiser heeft beantwoord en zijn brieven en instrumenten getoond. Het gerecht veroordeelt de gedaagde aan de eiser de huur te betalen ter bepaling van goede mannen evenals de geëiste cg 2 en 11 stuivers evenals in 2/3 deel van de proceskosten en verdeelt de resterende 1/3 deel.
AlleFriezen te Leeuwarden, Nedergerechten
Nedergerecht Wijmbritseradeel - Tresoar, Deel: 025, Periode: 1555-1560, Wijmbritseradeel, archief 13-45, inventarisnummer 025, 13 mei 1559, Sententieboeken, folio 313v
Om Open Archieven automatisch naar aanvullende informatie en gerelateerde documenten te laten zoeken moet u zijn ingelogd.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/