
de eisers stellen dat enige tijd geleden wijlen Georgius Gabbes gehuwd is geweest met Tijets, dochter van de gedaagde. Zij hebben toen gezamenlijk diverse goederen gekocht en waren diverse personen geld schuldig ten bedrage van cg 887-15,5 en gg 281-14 zoals blijkt uit cedel met A getekend en ter proces aangevoerd, waarvoor zij gerechtelijk aangesproken zijn omdat betaling moeilijk ging. Tijets wilde deze schulden niet mee betalen en Georgius kon deze niet zelf betalen. Gedaagde heeft de goederen van zijn dochter aan zich getrokken met de afspraak dat hij zijn berekende schulden zou voldoen. Nu heeft Gaucke [Gerbens] met wijlen weduwe Rieme Gabbes als moeder van wijlen Georgius "vuijt vrindtscappe" met de crediteuren afgesproken (gehandeld) dat zij van deze cg 887-15,5 en gg 281-14 schuld van haar zoon en de dochter van de gedaagde niet meer zou betalen dan gg 281-14 en cg 650-8. Rieme is overleden en daarna Georgius zodat deze vordering op de eiser (waarsch. foutief: gedaagde) vererfd, want in Friesland is het al lang gebruik dat man en vrouw als zij een jaar gehuwd zijn de huwelijkswinst en verlies elk voor de helft genieten en dragen en dat dit ook geldt voor gezamenlijke aankopen met anderen. Daarmee moet de gedaagde de helft van cg 650-8 en de helft van de gg 281-14 aan de eisers betalen als erfgenaam van Rieme en Georgius en moet hij de helft van zijn dochters goederen voor die waarde opleveren. Gedaagde ontkent en verklaart dat zijn dochter Tijets tijdens het huwelijk minderjarig was en daarmee niet gezamenlijk met de ander mag handelen "sulx dat niet ghesecht mach woerden tuijschen haer en haer man enijghe societeijt offt matschap gheweest t zijn te minsth soedaenich dat zij daerbij gheledeert zolden moegen woerden". Gedaagde erkent de gerechtelijke molestatie door de crediteuren evenals dat hij vanwege zijn dochter vanwege deze schuld met hen in proces geraakt is. Om zich hiervan te vrijwaren stelt hij dat zijn dochter minderjarig was en Georgius een openbaar toebrenger(?) en dat de eiser ook alle inschulden zonder zijn kennis ingevorderd heeft. Het proces bevond zich in feiten contrarie, waarop aanvullend bewijs gevraagd is. Partijen hebben de eed van Calumnie afgelegd, getuigenverklaringen ingebracht waarna het gerecht de eisers in hun eis en conclusie niet ontvankelijk verklaren. Eisers gaan in beroep.
AlleFriezen te Leeuwarden, Nedergerechten
Nedergerecht Wijmbritseradeel - Tresoar, Deel: 025, Periode: 1555-1560, Wijmbritseradeel, archief 13-45, inventarisnummer 025, 30 juni 1556, Sententieboeken, folio 136
Om Open Archieven automatisch naar aanvullende informatie en gerelateerde documenten te laten zoeken moet u zijn ingelogd.
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/