
Partij 1.1 in d' een parthije, en zijn wittige huysfrou 2.1 in d' ander parthije, bekenden dat om alle twisten ter neer te leggen, die tusschen hen geboiren mochten, zij bij tusschensprecken van goede mannen en vrinden gesloten hebben de punten nabescr. Partij 2.1 krijgt de goeden A. en B. Dies sal zij C. uut- en incoopen moghen na heure beliefte en goetduncken. Dies sal 2.1 thuys moeten besorgen van goede en erlicke …. van eeten en drincken en allet des dien aengaet zoe dat behoirt, en dair en boven noch jairlix betalen de som D. aen 1.1 soo lang heur beijder hijlic staet. En oic moet zij betalen E. en F. Item dat de voirs 2.1 sal moghen kyesen en hair met recht gegeven worden een vgd oft procureur soe dycwijls als zij te doen sal hebben in recht oft dair buyten, dair inne 1.1 consenteerde. Item het is vorwairt dat 1.1 sal hebben den ontfanck, bewynde en administratie van alle zijne goeden van zijnre sijde gecomen, behalve de 2 stucken erfs dair zijn huysfrou den ontfanck af hebben sal. Dies sal 1.1 jairlix betalen moeten alle alsulcke commeren, lasten en schoten op sijne erfgoeden, soe wel van B.1, als van B.2. Die zijn huysfrou jairlix bruycken sal, en dair toe alle sculden die hij nu ter tijt sculdich is oft namails sculdich sal worden, sonder last voir de goeden van zijn huysfrou oft van heur beijder have, en soe 1.1 dair af in gebrecke is, soe sal 2.1 dat mogen corten op de 100 rijnsgld oft des voirs 1.1 andere goeden. En 1.1 en 2.1 hebben geaccordeert dat goed G. en goed B.2, en alle de erfgoeden en renten die 1.1 voortaen na dese dach coopen en vercrijgen sal, altijt succederen sal als zijn oude vaderlicke en moederlicke goeden, dies sal 1.1 alle penn die hij voir de 2 stucken erfs noch sculdich is, betalen sonder zijn huysfrou last, en dat 2.1 goed H, en alle goeden die zij na dese tijt coopen en vercrigen sal, succederen sullen als oude ingebrachte goeden van heur zijde. Item zal int sceijden van de bedde elc van hen beijden hebben de penn die hij alsdan hebben sal, en de huysraet, beesten en andere haeffelicke goeden zullen int scheijden van de bedde gedeelt worden. De hijlicx vorwairden eertijts yusschen 1.1 en 2.1 gemaict, in zoe verre alse dese accoort nyet tegens gaen, bliven nyettemin in volle weerden
Stadsarchief Breda te Breda, Vestbrieven
Schepenbank Breda 1499-1811, Bron: boek, Deel: 430, Periode: 1524, Breda, inventarisnummer 430, 29 april 1524, Vestbrieven 1524, folio 56v, 058r
Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/