
Partij 1.1 kende dat hij aen 2.1 uutgegeven heeft tot gerechte erven de goeden A. t/m G. om de erfpacht H. Met vorwairde dat 2.1 5 zester rogs in mindernisse van de 10 zester rogs na de doot van de lancstlevende van 1.1 en van 1.2, zijn vader en moeder, lossen sal mogen elck zester rogs met 50 kargld, behoudens wat gelost wort bynnen 1 jair na de doot van de lancstlevende, dairvan hoeft geen commer gegeven te worden. Maar wat nyet gelost is, dairvan sal 2.1 zijn brueders en susters betalen van elcke zester rogs 2 kargld en 10 st erfchijns ter quijtinge, en dat sal 2.1 lossen bynnen 6 jair naestcomende. Item van de andere 5 zester rogs sal 2.1 2 zester rogs aen hem selven houden in verlijckinge van tgene 1.1 aen zijn andere kindr gegeven heeft, mer de nadere 3 zester sullen erffelic bliven. Noch eest vorwairt dat 2.1 aen Marie sijnre suster 1 halster rogs toecomen sal. En om de pachten wel te versekeren zoe heeft 2.1 tot bijpande geset zijn 2 zester rogs voirs die 1.1 hem in mindernisse van de rog voirs gegeven heeft, en oic alsulcken gedelt als hem na de doot van zijn ouders in de 5 vertel rogs ter quijtinge en de 3 zester rogs voirs toecomen sal.
Stadtarchiv Breda in Breda, Vestbrieven
Schepenbank Breda 1499-1811, Bron: boek, Teil: 763, Zeitraum: 1532-1539, Alphen en Chaam, Inventarnummer 763, 26. Mai 1537, Vestbrieven Alphen en Chaam 1532-1539, folio 161v, 162v
Diese Daten wurden zuletzt vom Quelleninhaber auf 17. November 2015 aktualisiert und erstmals auf Open Archives auf 6. Juli 2016 veröffentlicht.
Finden Sie Ihre Vorfahren und veröffentlichen Sie Ihren Stammbaum auf Genealogie Online über https://www.genealogieonline.nl/de/
Vielen Dank, Ihr Kommentar wurde gespeichert.