Notariële akte op

Geregistreerden

  • Bernardus Godefridus Hessels, wonende te Ginneken, bakker van beroep, Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de IJpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Petrus Hessels, wonende te Breda, bakker van beroep, Betrokkene is mede-comparant(e).
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de IJpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Bernardus Goefridus Hessels, Betrokkene is de overleden erflater.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Adriana Martens, Betrokkene is de overleden erflater.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Martinus van Miert, wonende te Ginneken, herbergier van beroep, In de herberg van betrokkene vindt de verkoping plaats.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Maria Hessels, wonende te Ginneken, Betrokkene is mede-comparant(e).
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de IJpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Catharina Hessels, wonende te Ginneken, Betrokkene is mede-comparant(e).
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de IJpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Franciscus van Wijck, wonende te Ginneken, timmerman van beroep, Betrokkene wordt genoemd als bieder/koper.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Johannes Petrus Eeltiens, wonende te Breda, particulier van beroep, Betrokkene wordt genoemd als bieder/koper.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Sebastiaan van Braght, wonende te Ginneken, molenaar van beroep, Betrokkene wordt genoemd als getuige.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Adriaan Eestermans, wonende te Ginneken, bakker van beroep, Betrokkene wordt genoemd als getuige.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Hermanus Schauikes, wonende te Ginneken, particulier van beroep, Betrokkene wordt genoemd als bieder/koper.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Elisabeth Cornelia van Raak, wonende te Etten, rentenierster van beroep, De eerste koop is gedaan ten behoeve van betrokkene.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Isaak de Bosson, Betrokkene wordt genoemd (zie onder).
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Cornelis van Raak, wonende te Ginneken, bouwman van beroep, Betrokkene wordt genoemd als getuige.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.
  • Gerardus Brocks, wonende te Ginneken, arbeider van beroep, Betrokkene wordt genoemd als getuige.
    Bernardus Godefridus Hessels, bakker alhier, zowel voor zichzelf, als volgens onderhandse procuratie d.d. 28 april 1820 gemachtigde van Petrus Hessels, bakker te Breda en van Maria en Catharina Hessels, meerderjarige jonge dochters, zonder beroep wonende te Ginneken, wil overgaan tot de verkoping van onderstaande vaste goederen, waarvan de eigendom hun is aangekomen uit de nalatenschap van hun ouders Bernardus Godefridus Hessels en Adriana Martens.
    Een en ander zal plaatsvinden in de herberg van Martinus van Miert, alhier. Voor inzage in de verkoopvoorwaarden wordt verwezen naar de akte.
    De eerste koop betreft;
    een sedert enkele jaren nieuw gebouwd huis, schuurtje, hof en erf, staand en gelegen te Ginneken in "den Watermolen", gekwoteerd Litt. B. No. 44, groot ca. 16 roeden, belendend; oost en noord B.G. Hessels c.s., zuid A. van den Brulle en west de Steenweg.
    De tweede koop betreft;
    een perceel schaarbos gelegen alhier in de Ijpelaar, groot ruim 500 roeden, oost de Dreef van Govaart Bekkers, zuid de erfgenamen van wijlen de heer C. Kerstens e.a. en noord Willem Wagemakers.
    De derde koop betreft;
    twee percelen weiland, gelegen a.v., groot ca. 1 bunder, oost de Dreef voornoemd, zuid de erven voornoemd e.a., west de kinderen van Abraham Meeren en noord Willem Wagemakers.
    De eerste koop wordt ingezet door Franciscus van Wijck, timmerman alhier, op f. 820,-- en hij strijkt
    f. 20,--.
    De tweede koop wordt ingezet door Johannes Petrus Eeltiens, particulier te Breda, op f. 1230,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De derde koop wordt ingezet door dezelfde op
    f. 610,-- en hij strijkt f. 20,--.
    De eerste koop wordt verhoogd door van Wijck voornoemd met f. 180,-- naar f. 1000,-- (strijkt
    f. 45,--.).
    Getuigen zijn Adriaan Eestermans, bakker en Sebastiaan van Braght, molenaar, beiden alhier woonachtig.
    no. 23;
    Op 18 mei 1820 wordt de verkoping gecontinueerd.
    De eerste koop wordt verhoogd door Hermanus Schauikes, particulier alhier, met f. 100,-- naar
    f. 1100,-- (strijkt f. 40,--).
    Wordt door de verkoper onder reserve opgehouden.
    De tweede koop gaat finaal naar genoemde Eeltiens.
    De derde koop gaat finaal naar dezelfde.
    Getuigen als voornoemd.
    no. 30;
    Op 15 juni 1820 verklaart de verkoper de eerste koop alsnog finaal toe te wijzen aan genoemde Schauikes die verklaarde de koop te hebben gedaan ten behoeve van Vrouwe Elisabeth Cornelia van der Mee, wed. van Isaak de Bosson, rentenierster te Etten.
    Getuigen zijn Cornelis van Raak, bouwman en Gerardus Brocks, arbeider.

Opmerking

Overige data: 1820-05-18 06-15
Notaris: L. Beens


Bronvermelding

Stadsarchief Breda te Breda, Notariële archieven
Notariële archieven Ginneken en Bavel 1811-1841, Bron: repertoire, Deel: 4893, Peri..., Ginneken en Bavel, inventaris­num­mer 4893, 4 mei 1820, L. Beens, Repertoire, 1820, aktenummer 20, 23, 30, folio 2

Deze gegevens zijn voor het laatst op 28 januari 2014 door de bronhouder bijgewerkt en voor het eerst gepubliceerd op Open Archieven op 5 juli 2016.



Webadres

  • https://stadsarchief.breda.nl/collectie/archief/genealogische-bronnen/deeds/042beff5-a8a6-1528-c397-fb91bab1621f
  • https://www.openarchieven.nl/brd:042beff5-a8a6-1528-c397-fb91bab1621f


Commentaar

Bent u de eerste persoon die aanvullende informatie levert?


Scan

Scan

Klik op de afbeelding om het te vergroten of download de afbeelding

Door notariële archieven struinen voor je stamboom

Het is niet de eerste stap die ik adviseer, maar struinen door de notariele archieven kan fantastische informatie geven voor je stamboomondezoek. Dankzij deze bronnen kan je vastlopers goed vlottrekken, waarbij het zomaar kan zijn dat je onverwachte en interessante aanknopingspunten vindt. Mensen gingen al sinds de late Middeleeuwen naar de notaris, maar de oudste notariele archieven in Nederland

Lees verder op Yory 

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/