Browse transcripts » National Archives / Archives South Holland
archive access 1.04.02, inventory number 1053, page 331

Summary (also from the next page)

The story begins on January 30 when ships left Texel. On February 1, near the Isle of Wight, they met ships from Zeeland. The fleet reached Ilha do Maio on February 21. Near São Jorge Island, shots were fired from a fort near Santiago. Only the ship White Lion was hit, but the damage was minor. When they requested water and supplies, the governor demanded to see letters from his king first.

By April 17, they had crossed the Equator, and by June 9, they were near the Cape of Good Hope. A storm separated the ships, damaging their sails. Five ships and a yacht were forced eastward. They anchored in Mossel Bay on July 24. The yacht Brack got separated between June 23-24, and the ship Ceylon departed between July 3-4 heading for Mauritius Island.

After getting some supplies, they left on August 3 for the Comoros Islands. They anchored at Mayotte Island on August 29, where they got cattle, goats, chickens, and apples at good prices. On September 27, they sailed again, arriving at Bantam between November 16-19 with four ships: the White Lion, Black Lion, Orange, and Flushing.

The ships, especially the White and Black Lions, had serious health problems among their crew. Most men were sick with scurvy, likely caused by old, bad-smelling meat. The Zeeland ships had fewer sick people because they had better meat.

On November 28, news arrived from Ambon about ships under Admiral Wittert heading to Manila. Three ships - Amsterdam, Eagle, and Falcon - were captured by the Spanish. The admiral was shot, while the Peacock and a sloop escaped. They also learned that Admiral van Caerden was captured for the second time with the yacht Good Hope near Ternate.


Use text coordinates

Transcription

Nae dat de vier scheepen ende t Jacht van Enchuysen op 30 Januarij wt texsel sijn
t'seyl gegaen, gelyck u. E. bekent is. hebben onder Engelant op den eersten februarij
de seensche Scheepen beijegent omtrent het eijlant van wicht, namentlyck
Orangen, Vlissingen ende der Goes ende sijn tsamen den 21 februarius onder Ilio de
maijo wel gearriveert den 27en. dito van daer wederom tzeijl gegaen en bij het
eijlant St Jorgo gecomen alwaer 4 ofte 5 schooten op de vloote gedaen wierden, wt
een fort weynich van St. Jago liggende waer aff den witten leeuw alleen wert
geraeckt, doch hadde niet te beduijden, wy versochten met een vreede vaen water
te mogen halen ende eenige verversinge te hebben, waer op den Gouverneur vant
voorsz. fort ons ten antwoorde gaff soo eenich bescheijt ofte brieven van
zynnen Conninck conde toonen, alle vruntschap ende faueur soude bewijsen ende anders
niet maer sinne plaetse te bewaren ende defendeeren volgens de last van synnen
Cnninck ende d'articulen van Treues, soo dat daer gans niet en hebben becoomen
hoewel hem een cleijn present wert gedaen, waer over van daer vertrocken
synde hebben haer den 17en. April bij suijden den Equimortiael bevonden ende den 9en. Junij
ontrent de Cabo de bone Esperance alwaer door eenen grooten storm ende onweder
van den anderen zijn versteecken ende de scheepen twapen van Amsterdam ende ergou
gemist, de fock van des Gouverneurs schip waijde wt de lijcken als oock des
vanden witten leeuw, ende meest alle d'ander scheepen hebben eenige schade aen
haer seijlen geleeden, deese 5 scheepen met het Jacht haer soo vanden Gent.
versteecken vindende en door dien met den storm bij oosten de Caep gedreven waren
de tafel baije volgens genoomen resolutie niet en ronden aen doen, hebben met
den anderen goet gevonden alsoo het volck noodich eenige verversinge van doene
hadde in verhagens ofte monkes ban te loopen, alwaer op den 24en Julij ten
ancker sijn gecoomen, onder tusschen is het Jacht de Brack tusschen den
23 ende 24en. Junij oock van deese scheepen vsteecken dwelck hoope by den
Genl. sal zijn geraeckt, het Schip Ceijlon is tusschen den 3en ende 4 Julij
oock van deese scheepen gescheijden ende volgende sijne ordre den Cours naer het
eijlant Mauritius gestelt alwaer hoopen met lieff wel sal zijn gearriveert
Nae dat de voorss. 4. Scheepen Inde voornoemde baije een weijnich van limoet
kens Appelen ende eenige andere dingen van Cleijnder weerden hadden Veroerscht
sijn den derden angi. wederom tseijl gegaen, ende haren cours gestelt nae de
eijlanden vande Gomoras ende den 29 dito onder t' eijlant mayotte geanckert
alwaer goede verversinge van ossen coijen, bocken, hoenderen ende uppelen voor
cleijnnen prijs hebben becomen den 27 Septemb. sijn wederom t seijl gegaen
ende den 16, ende 18 en 19 novemb. met de 4 Scheepen hier op de reede voor
Bantam gearriveert, ten weeten de witte leeuw, Swarte leeuw,
Orangen ende Vlissingen de compste vanden Gouverneur sullen met
verlangen verwachten alsoo hier sonder zijnner presentie niet connen
wt rechten vreesen eer voor eenich ongeluck alsoo het schip Inden
62
Erntfeste wyse voorsinige zeer discreete heeren mijn
Heeren de bewinthebberen der Genl. Oostindische
Compagnie
aent
halue
ina
ij
waren
veel

GLOBALISE

Source citation

National Archives / Archives South Holland, archive number 1.04.02, Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811), inventory number 1053, Heren Zeventien en kamer Amsterdam, INGEKOMEN STUKKEN UIT INDIË, Kopie-resoluties van gouverneur-generaal en raden, Kopie-resoluties van gouverneur-generaal en raden in de serie overgekomen brieven en papieren uit Indië aan de Heren XVII en de kamer Amsterdam, 1610-1637, 1610 dec. 20 - 1611 juli 13