Transkripte durchsuchen » Amsterdam Stadtarchiv
Archivzugang 5075, Inventarnummer 5075, Blatt 55



Verwenden von Textkoordinaten

Transkription

portugeesch schip, dat terwijl zij getuijgen
met hun schip aldaar laagen, des nachts
tusschen den 26 en 27. November des Jaars
1748 de oppermeester Dniel Roda, de
derdemeester Joost Roda, de carga Nico¬
laas Lalau, Hendrik Boom, Kiko Pa¬
tris, nevens Godfried Wijnberg en Anthonij
Jurgens Mattroosen zijn, weggeloopen son¬
der weder aan boord te komen, hebbende
de capitein Olaus Dahlboom terstond
naa het vertrek van deselve persoonen
hunne kisten, doen openen in tegenwoordig
heijd van de getuijgen Christoffel Richter
Valentin Gracia en Albert Gerrits (soo als
zij afsonderlijk verklaaren) en daar in niets
bevonden, dan eenige weijnige oude plunje
van geen waarde verklaarende de getuij¬
gen Chistoffel Richter en Valentin Gracia
bovendien nog afsonderlijk dat terwijl
zij aan het selve Eijland waaren een geregt
tusschen de slaven van hun getuijgens
schip en die van de Engelsche scheepen
is voorgevallen, in het welke een slaaf
van de Engelsche is dood geslagen en twee
gekwest, welke doodgeslaage slaaf de
capitein Olaus Dahlboom heeft moeten
betaalen
En verklaaren nu alle de getuijgen we¬
der te samen dat hun schip aan Isle de
Prince door twee Engelsche en een swarte
Portugeesche scheepstimmerlieden, soo veel
doenlijk is gerepareert en zij getuijgen drie
^ en een sloep
ankers ^ aan boord hebben bekoomen, en ver
volgens de watervaten door Kuijpers ver¬
sorgt zijnde zij getuijgen hen van ballast
water, victualij en brandhout hebben
voorsien en naa de slaven en het goed¬
weder aan boord genoomen hebbende den
20e. december van Isle de Prince, naa
Suriname zijn geseijlt en naa een blin¬
de en Maste Raa verlooren te hebben
den 25 februarij deses Jaars met buijen
en reegen een anker hebben verlooren, en den
26e. dito op de rivier van Suriname zijn
gearriveert en in de rivier een fockeschoot
twee grootschooten, twee dreggen, een
partij touwerk, een paardelijn en een schaft
van een anker hebben verlooren, waar en
tegen zij getuijgen een anker met een swaar
touw aan boort hebben bekoomen, waar
naa zij getuijgen hunne in hebbende slaven
hebben gelost, welke slaven de getuijgen
Hendrik Jans, Jan Pischoll en Valen
tin Gracia afsonderlijk verklaaren te
hebben bestaan in een hondert een en se¬
ventig stuks, waar van nog vier zijn
gestorven, een hondert vijf en twintig en
de vendutie verkocht, ses neger Jongens,
die naa deese stad zijn overgevoert en
ses en dertig gelevert op de drie planta¬
gien van de Requirant de Heer Stephanus
Lautentius Neale, te weeten op ieder van
deselve drie plantagien twaalf stuks.
dat daar op den 16e. April deses Jaars
1744 hun getuijgens schip geexamineert
zijnde door vier scheepscapiteims genaamt
Hendrik Selkens, Daniel Benedectus
Jan Bruijn en Jacob Groof nevens drie
scheepstimmerlieden en de scheepstim¬
merman van hun getuijgens schip, de
selve persoonen alle het schip van
hun getuijgen hebben afgekeurt en ver¬
klaart buijten staat te zijn om langer
te kunnen navigeeren
dat vervolgens alles uijt hun getuij
gens schip zijnde uijtgelost en veol¬
gens het geheele schip onttakelt,
het cargasoen, tonwerk en scheepsgereed¬
schappen zijn publicq verkocht en zij
getuijgen den 20e. Junij deses Jaars af¬
gedankt en uijt hun dienst ontslagen
zijn geworden.
Gevende zij getuijgen voor reedenen van
henlieder wetenschap, dat zij hun
hier vooren verklaarde hebben gehoort
gesien en bijgewoont en 't selve als nog
wel weeten en geheugen en wijders soda¬
nig hier vooren verklaart is, bereijd
zijnde het selve met solemneele Eede
te bevestigen

Quelle Zitat

Amsterdam Stadtarchiv, Archivnummer 5075, Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam, 1578-1915, Inventar nummer 5075, MR. ELBERT BUIJS, Minuutacten, 1681 Augustus 2-1681 September 29; met alphab.index., 1681