Blader door transcripties » Het Utrechts Archief
archieftoegang 1001, inventarisnummer 2724, pagina 96



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

wech sulle hebbe eer ons volck ter deegen opt van
devoes is, de heere wil sijn hoocheijt ons lant en al
het onse bewaere, de graef van hoorn blijft met
Een kors vant leeger tot venloo en daer ontrent
, ick vraechde sijn hoocheijt of uhEd nu al ordere
had om apseluijt thuijs te mooge koome, hij seijde
neen maer dat het nu Evenwel niet lange sou
dueren of deselfve sou daer toe ordere krijgen
, uhEd aengenaeme vande 10 deeser heb ick met de laeste
post vermidts die hier stondt en wachte met der haest
ten deelle beantwoort, sal dan nu voort seggen
dat ick niet twijfele of teminck sal uhEd hebbe
geschreefve dat hij de 3000£ ten volle heeft ontfa
die hem voorleedene donderdach door beusekom
sijn gesonde, nu sal ick de scheepe met hartsteen
verwachte sij hebbe naer mijn gissine wel voorde
wint gehadt maer Een groote storm, dat mij
bekomert en verlange te hoore dat die behoude
hier te lande moogen aengekoome sijn, ick heb te
wttrecht op den tol last gegeefve dat so haest sij se
verneemen het mij ter Eerste sulle laeten weeten
ick sal de seekreetaril dan aende vaert bij haer sende
om haer tot de minste koste te rechte te helpen
ondertuschen hoope ick dat water dat nu weer
sterck aent valle is, so veel wech sal valle dat
men te wiel of Elst sal konne losse, het leste
schip dat al de winter aende vaert met hout voor
ons geleechge heeft, hebbe wij te remerde moete lossen
dat niet alleen ongemacklijck maer ock kostelijck
voor ons valt, so haest de scheepe koome salmen
sijn best doen, omse los te maecke en sal ick haer
vrachte betaelle, sal blijde sijn dat al de steen
hier voor uhEd vertreck van breeme is, so heefter
niemant Eenige talmerij meede, voor turf
tot de steen oven sal ick wel in tijts sorchge
dragen en met de schipper ijan ijanse vande
greuninge daer van spreecken waer die so
goede koop sou ons heel wel koomen, ick sal daer
niet in versuijme, hoope als uhEd weer vand
staet gelt krijcht, ick Een goede som sal konne
trecken, waer van als van alle voorgaende
goede reeckenin houde, rietvelt heeft tot noch
toe in ons werck niet versuijmt schoon hij daer
niet in is, want heeft hier so gevrooren dat de
buijte watere meest toe hebbe geleegen salst
so kout is bedrijfvense niet en de dachhuere
loope seer hooch het voorleedene ijaer heb ick
alleen aen metselaers en operliedens dach
huere al over de 8000£ betaelt, ick schrijf
nu aen reetvelt dat hij Eens overkomt om
met hem vant werck te spreecken en te over
legge met hoe veel truijfels men weer beginne
sal, en voorts datter toe hoort
sijn hoocheijt vandaech aen tafel sittende quamme
te spreecke vande heer van oudijck, dat hij seijst en

Bronvermelding

Het Utrechts Archief, archieftoegang 1001, Huis Amerongen, inventarisnummer 2724, Brieven gericht aan Godard Adriaan van Reede afkomstig van zijn echtgenote Margareta Turnor, 1676 mei-sept., 1677 maart-juni