Blader door transcripties » Stadsarchief Breda
archieftoegang 3, inventarisnummer 1818, pagina 121



Gebruik tekstcoördinaten

Transcriptie

286.
Z„voordeel is, dat de stad van het Garnizoen heeft, tegen de
„schade op de kazerneving, gelyk ook de Militairen tegen„
„woordig hunne eige schoenmakers, kleermakers en dier„
gelijke hebben, en al het overige by aanneming geleverd
„wordende door meestal vreemde Entrepreneurs, de Ingezetenen
„ (de koffyhuizen en herbergen uitgezonderd:) daarvan weinig
voordeel genieten; En om deze redenen vermeent de Com=
„missie, dat een personelen omslag ongeraden, nadeelig
„en onuitvoerlijk is.
„ Terwyl, ten aanzien der derde subordinate vrage,
„aan de Commissie voorkomt:
a„ Dat Belastingen op Paarden, Dienstboden, baard:
„steden en diergelyken, stedelijk interoeren, ongeraden is,
„om dat die Belastingen, Landelijk daargesteld, reeds
zoodanig zijn gedecrieerd, dat het Gouvernement zelfs
tot de afschaffing besloten heeft; dat ze tot allerlei
„chicanes aanleiding zouden geven; dat men, om door
die middelen eenige noemenswaardige som te verkrijgen,
geene uitzondering zou moeten admitteren; dat elk
„mensch eene Laardstede noodig heeft, maar dat;
„zelfs eene belasting van 10 st, niet van de helft zou te
„bekomen zyn. Dat eene Belasting op Paarden en
Dienstboden, bezwarend is voor die klasse van men
„schen, die niet uit weelde maar onvermydelyk, paarden
„en dienstboden voor hunne kostwinning en bedrijf
„noodig hebben; En dat die Belasting op paarden en
dienstboden van weelde te leggen, wel in den eersten opslag
„zich voordeelig vertoont, maar indien men zich de
menschen niet denkbeeldig schildert, maar voorstelt

Bronvermelding

Stadsarchief Breda, archieftoegang 3, Notulen van de gemeenteraad (1815 - heden), inventarisnummer 1818, Gemeenteraadsnotulen 1818